'Meer lef met een investeerder’

AMSTERDAM - Vrouwelijke ondernemers komen moeilijker aan financiering. Maar dat hoeft niet zo te zijn, meent Catherine van Heest. Ze haalde met haar organisatie Care for Women dit jaar voor de tweede keer investeringsgeld binnen.

In samenwerking met Sprout.nl

De verschillende fasen in je bedrijf vragen om verschillende investeringsrondes. Ondernemer Catherine van Heest legt uit hoe zij haar investeringsstappen ondernam.

RONDE 1
Van start naar groei met informal investors

Catherine van Heest begon dertien jaar geleden vanuit huis met Care for Women. Haar moeder had borstkanker gehad, zat in de overgang en Van Heest vroeg zich als verpleegkundige af hoe ze haar kon helpen om weer op de rit te komen. “Er was bijna geen informatie te vinden voor vrouwen in de overgang.

Het was taboe om over te praten, het werd gezien als iets wat tussen de oren zat. Tegenwoordig weten we dat overgangsklachten een lichamelijke oorzaak hebben - verandering in de hormoonbalans - maar toen was er nog bijna niks bekend.”

Van Heest wilde daar verandering in brengen. Ze verdiepte zich in het onderwerp, gaf lezingen en schreef er een boek over. Vervolgens besloot ze zorgverlening te ontwikkelen.

“Iedereen zei tegen me: dat kan niet, een nieuwe zorgverlener opzetten. Daar werd ik narrig van, ik wilde zelf wel kijken of dat zo was.”

Het plan

Na een jaar of twee kon Van Heest niet verder zonder groeigeld. “De kosten gingen harder dan de inkomsten, en ik wilde wel blijven doorgroeien. Ik heb bewust zo lang mogelijk gewacht met het benaderen van financieringspartijen. Als je al in de fase van doorgroei zit, kun je veel betere deals sluiten omdat je meer kunt laten zien. Dan heb je klanten en omzet.”

Van Heest schreef een businessplan en ging vol goede moed de banken af. “In drie, vier maanden heb ik ze allemaal bezocht. De reacties op het plan waren positief, maar mijn track record was niet goed genoeg. Ik had geen bestuursfuncties gedaan en het was te veel risicodragend kapitaal wat ik vroeg. Dus zat ik weer op de bank thuis.”

Ze wilde per se het bedrijf verder uitbouwen, daarom besloot ze naar informal investors te gaan. Die contacten ervoer Van Heest als prettig. “Het waren echt ondernemers en ik kon hun expertise goed gebruiken omdat ik geen zakelijke achtergrond had. Ik heb er een stuk of dertig gesproken.

"Dat was de moeite voor de vergelijking; ze vroegen tussen twintig en tachtig procent van de aandelen. In eerste instantie keek ik naar met wie het klikte, met vijf van hen ben ik gaan onderhandelen voor de beste deal.”

De deal

Van Heest verkocht uiteindelijk twintig procent van haar aandelen aan twee informal investors. “Mede door toevoeging van hun kennis heb ik het gehaald met mijn bedrijf. Soms moet het in de keuze van het type financiering niet alleen om het geld gaan, maar ook om benodigde kennis. Zeker als je alleen je onderneming start. De juiste keuze geeft je dan een veel sneller groeiscenario.”

Het ‘weggeven’ van aandelen vond Van Heest geen probleem. “Veel ondernemers hebben het gevoel dat hun bedrijf niet helemaal van henzelf is als ze een percentage weggeven. Als je dat niet aan kunt, moet je geen investering zoeken. Het wordt inderdaad ook een stuk van de investeerder, en die gaat je kritische vragen stellen."

"Je krijgt te maken met regels en moet beslissingen overleggen. In de deal die ik met de investeerders heb, staat bijvoorbeeld dat ik niet zomaar mijn eigen salaris mag verdubbelen of de BMW-dealer binnen mag stappen. Maar dat zijn redelijke afspraken.”

De samenwerking

Van Heest had veel aan de ondersteuning van haar investeerders. “Ik kreeg in de startfase van mijn bedrijf een rechtszaak aan mijn broek over een octrooi. Dat vond ik heel moeilijk, want ik wist niet eens precies hoe een octrooi in elkaar stak."

"Toen kon ik mijn investeerders bellen, die zijn rustig met me gaan zitten en hebben de stappen met me doorgelopen. Dat geeft je zekerheid. Met een investeerder achter je durf je meer risico’s te nemen.”

Vragen

In de beginfase belde Van Heest haar investeerders vaak. Om ze grote beslissingen voor te leggen, en om vragen te stellen over punten waar ze geen raad mee wist. “Dat kost je niks, het is verborgen kapitaal. Je moet geen schaamte hebben om ze alles te vragen. Tenslotte is het in het belang van beiden om dingen goed op te zetten.”

Eén van de twee investeerders heeft Van Heest inmiddels uitgekocht. “Hij vroeg daar zelf om en er was geld over in de onderneming, dus het kon.”

RONDE 2
Van groei naar uitbouw met geld van de bank

Twee jaar geleden vatte Van Heest het plan op voor een nieuw concept. Wat het precies inhoudt, wil ze nog niet kwijt, de lancering volgt later in het jaar. Het gaat om een concept in de welzijnsbranche, waarbij ze in vijftien jaar tijd een aantal nieuwe productlijnen en vijftig vestigingen op wil zetten. “Ik heb veel lol gehad in het opzetten van Care for Women, maar zoek nu weer iets nieuws om groot te maken, hopelijk ook in het buitenland.”

Het wordt een nieuwe tak waar Van Heest zich volledig op wil storten. Daarvoor moest ze Care for Women overdraagbaar maken. “Een adjunct-directeur doet nu mijn job, zodat ik mijn handen vrij heb. Je kunt niet twee bedrijven half doen.”

Volgende fase

Van Heest ziet het als de volgende fase in haar bedrijf. “Ik heb de basis gelegd, ga er nu die volgende laag op leggen. Daarvoor had ik weer investeringsgeld nodig, om te betalen voor zaken als het ontwikkelen van een database, het verbouwen van panden en het aannemen van mensen."

"Voor de nieuwe productlijnen krijg je niet alleen te maken met ontwikkelingskosten, maar ook met investeren in je distributiekanaal, aanvragen van barcodes en ontwerpen van verpakkingen.”

Plan klaarmaken voor de bank

Om haar ondernemingsplan uit te werken, huurde Van Heest een adviesraad van vijf mensen in. “Ze hebben hier ruim een half jaar om de week een ochtend op kantoor gezeten. Daarnaast heb ik marktonderzoek laten doen en was er omzetverlies omdat mijn uren in het bedrijf wegvielen. Als je serieus voor kapitaal gaat, moet je die kosten zien als investering.”

Toen het plan klaar was, na zo’n twee jaar ontwikkeling, ging Van Heest wederom alle banken af om risicodragend kapitaal te vragen. Dit keer financierde ze een derde van haar plan zelf, voor de overige tweederde zocht ze een lening.

Die kreeg ze van ABN Amro, ondanks dat veel mensen in haar omgeving zeiden dat het niet zou lukken. Het plan bestaat uit verschillende delen, waarvan het eerste deel nu is gefinancierd. “Als ik de milestones uit mijn plan haal, ga ik verder.”

De afspraken met de bank zijn puur cijfermatig. “Het is veel solistischer; in de afspraken staat waarin ik investeer, wat de omzet wordt en wat de winst- en verliesverwachting is. Ik ben nu minder mijn vrijheid kwijt. Mijn adviesraad kan beslissingen afwijzen, maar ik kan zelf bepalen wat ik daarmee doe.”

Loslaten

Care for Women gaat nu de consolidatiefase in. “De adjunct-directeur gaat rust in het bedrijf brengen. Dat had ik achteraf gezien al eerder moeten doen: een manager aanstellen die zorgt voor stabiliteit in de processen en alles overziet. Dan kun je sneller groeien."

"Je moet beseffen waar je kracht zit, voor mij is dat van niets iets maken. Managen is echt een ander vak. Ik ga me nu weer richten op een geheel nieuw concept, productontwikkeling, nieuwe markten veroveren.”

Tip de redactie