KOPENHAGEN - Groenland is het beloofde land voor grote olieconcerns. In de bodem van het land schuilt een grote hoeveelheid olie en gas.

Grote bedrijven, zoals Shell en het Schotse Cairn Energy, hebben sinds november al enkele olievelden in Groenland aangeboord. Milieuorganisaties zijn daar zeer bezorgd over.

Volgens geologisch onderzoek ligt ruim 20 procent van de ongebruikte gas- en olievelden ten noorden van de poolcirkel. Het grootste gedeelte van deze velden ligt in zee.

Volgens deze schattingen zou Groenland 52 miljard olievaten aan reserves hebben. Veel olieconcerns zijn dan ook zeer happig om voor de kust van het dunbevolkte land naar olie te gaan boren.

Cairn Energy

Aan kop in de olie gaat Cairn Energy, dat het afgelopen jaar naar drie oliebronnen heeft geboord. Het bedrijf zou inmiddels al meer dan 700 miljoen euro hebben geïnvesteerd in de boorpraktijken.

Cairn Energy is dan ook doelwit van milieuactivisten. Zo hingen mensen van Greenpeace vorig jaar tentjes aan een boorplatform, waardoor de werkzaamheden twee dagen stil kwamen te liggen.

Groenland is net als Cairn Energy niet gecharmeerd van de acties van Greenpeace. Het energiebedrijf noemde de milieuorganisatie arrogant en premier Huupik Kleist van Groenland ging zelfs verder: ''Greenpeace belemmert net zoals in zijn campagne tegen de zeehondenjacht de kansen op een betere toekomst voor Groenland.''

Politieke agenda

Kleist heeft naast economische belangen ook een politieke agenda. De Groenlandse regering hoopt dat de olie- en gasvoorraden leiden tot politieke en economische onafhankelijkheid van Denemarken.

Groenland is officieel nog deel van het Deense koninkrijk, maar heeft sinds 2009 vrijwel volledig zelfbestuur. Daarmee kunnen de Groenlanders zelf bepalen wat ze met hun natuurlijke rijkdommen gaan doen.

De ruim 56.000 Groenlanders leven voornamelijk van de vissubsidies van Denemarken en zouden door het winnen van olie en gas onafhankelijk van dat land kunnen worden. Drie maanden per jaar kan in het gebied naar olie worden geboord, wat veel Inuït een extra bron van inkomsten zou kunnen verschaffen.

Problemen

Ondanks de financiële voordelen kan het boren naar olie ook problemen veroorzaken. Greenpeace vreest dat oliebedrijven zich wagen aan een ''een suïcidale race naar fossiele brandstoffen'', in het toch al broze milieu.

De organisatie is ook bang dat olielekkages in het gebied niet opgeruimd kunnen worden, doordat het negen maanden per jaar niet toegankelijk is. De overheid van Groenland verscherpte de regels voor het olieboren na de grote ramp in de Golf van Mexico. Cairn Energy stelt dan ook dat met hulp van experts de risico's van het boren kunnen worden beperkt.