AMSTERDAM - Frisdrankproducent Coca-Cola raakte in 2005 verzeild in een gewapende strijd tussen Mutassim en Mohammed Kadaffi, zoons van de Libische leider Muammar Kadaffi. Dat bericht The New York Times op basis van uitgelekte ambtsberichten uit die periode.

Mutassim en Mohammed bestreden elkaar volgens de documenten met milities om de zeggenschap over een frisdrankfabriek, een franchisebedrijf van Coca-Cola. Twee weken na de opening bezetten de ordetroepen van Mutassim hardhandig de fabriek in Tripoli, die daardoor stil kwam te liggen.

Lokale aandeelhouders van de fabriek werden in de weken daarna bedreigd. Betrokken zakenmensen klaagden over het Libische bewind, dat geen enkele rechtvaardiging gaf voor de sluiting van het bedrijf.

Dieptepunt

Begin 2006 bereikte de strijd om zeggenschap zijn dieptepunt, toen strijders uit het kamp van Mutassim naar Mohammeds huis trokken. Die bleek niet thuis te zijn, waarop de gewapende garde zijn neef in de kofferbak van een auto stopte en hem enige tijd ontvoerde.

Aisha Kadaffi, de enige dochter in het acht kinderen tellende huishouden Kadaffi en advocaat van beroep, greep uiteindelijk in. Ze dwong haar broers tot een vergelijk, waarbij Mohammed al zijn aandelen in de onderneming verkocht in ruil waarvoor Mutassim de fabriek weer vrijgaf.

Godfather

Een van de betrokken sprak tegenover een medewerker van de Amerikaanse ambassade zijn ongeloof uit over de hele affaire. "Ken je de film The Godfather? Daarin hebben we de afgelopen maanden geleefd."

De fabriek is door de recente onlusten in Libië wederom buiten bedrijf gesteld.

Al het nieuws rond de onrust in het Midden-Oosten lees je op NU.nl