NEW DELHI - De regering van India heeft een recordbegroting ter waarde van omgerekend 200 miljard euro gepresenteerd. Dat is een enorm verschil met 1991, toen de Indiase begroting nog 18 miljard euro bedroeg. Twintig jaar geleden begon New Delhi de economie te liberaliseren.

Toen huidig premier Manmohan Singh in 1991 werd aangesteld als minister van Financiën stond India aan de rand van een economische crisis. De betalingsbalans stond 1,8 miljard euro in de min en er was een ernstig tekort aan buitenlandse deviezen.

Met 4,2 miljard euro was er net genoeg geld om voor drie weken invoer te betalen. De oplossing, zoals Singh in zijn eerste begroting presenteerde, was de ontwikkeling van een markteconomie, privatisering en het openen van de markt voor buitenlandse bedrijven en investeringen.

Na de onafhankelijkheid van India in 1947 had het land aan een socialistische planeconomie vastgehouden, met het idee onafhankelijk van de oude koloniale machten te blijven.

Veranderd

India vandaag is onherkenbaar veranderd. Het land is uitgegroeid tot de elfde economie ter wereld, met de hoogste groeicijfers na China.

Een steeds groter en steeds rijker wordende groep consumenten geniet van winkelcentra, airconditioning, een paar honderd televisiekanalen, internationale restaurants, exotische drankjes, internet, auto’s en vliegvakanties.

Was het in 1990 een bureaucratische nachtmerrie om een telefoonaansluiting te krijgen, nu is het mobiele telefoonbereik tot in het diepste binnenland doorgedrongen.

Kritiek

Het economische succes van India is niet zonder kritiek. Zo wijzen waarnemers op recente corruptieschandalen in de overheid en op de hardnekkige armoede.

Onderwijs, gezondheidszorg en landbouw zijn sectoren waar de overheid volgens critici meer aandacht en geld moet besteden om de economische groei tot alle lagen van de bevolking te laten doordringen.

Het aantal Indiërs onder de armoedegrens is volgens consultancybureau McKinsey gedaald van ruim 90 procent eind jaren tachtig tot 54 procent nu. McKinsey schat dat de rijke middenklasse tot 2025 zal uitgroeien van ongeveer 50 tot 583 miljoen mensen.

Een ander probleem de is infrastructuur. Het ministerie voor Transport loopt consequent achter op de doelstellingen voor de bouw van snelwegen en er is een tekort aan elektriciteit.