HAARLEM - Advocaat Willem Koops van hoofdverdachte Jan van V. in het grote vastgoedfraudeproces eist dat een expliciet oordeel wordt geveld over het moment waarop het opsporingsonderzoek naar de fraude is begonnen.

Koops zei dit maandag voor de rechtbank in Haarlem, waar hij begon aan zijn zogeheten preliminair verweer. De advocaat betoogt in zo'n verweer waarom het Openbaar Ministerie (OM) volgens hem niet-ontvankelijk is.

Zijn cliënt Jan van V. was maandag als enige van de veertien overgebleven verdachten aanwezig. Justitie ziet Van V. als initiator van en spil in de megafraude rond Philips Pensioenfonds en Rabo Vastgoedgroep (voorheen Bouwfonds). Het OM verdenkt hem van miljoenenverduistering, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.

Fouten

Koops greep het verweer aan om nog eens te hameren op de fouten die volgens hem zijn gemaakt in de beginfase van het opsporingsonderzoek. Onderzoek van de Belastingdienst en strafrechtelijk onderzoek van de FIOD liepen toen volgens hem door elkaar.

Koops liet eerder al weten over stukken te beschikken waaruit dit blijkt. Ook bewijzen de stukken volgens hem dat het opsporingsonderzoek eerder is begonnen dan september 2006, zoals het OM stelt.

Parallel

Het vastgoedfraudeonderzoek Klimop vertoont volgens Koops een levensgrote parallel met de uitkomst van het parlementaire onderzoek van de commissie-van Traa naar opsporingsmethoden in Nederland. Volgens Koops was sprake van ongeoorloofde opsporingsmethoden, waarvan tussen maart 2005 en de zomer van 2007 geen verslag werd gedaan.

Wat het opsporingsteam van de Belastingdienst in die periode heeft gedaan is volgens Koops allemaal achteraf geconstrueerd in getuigenverhoor. Een situatie die Van Traa juist wilde voorkomen.

Ambtenaren

''Al in mei 2005 waren er verdenkingen’’, aldus Koops. ''De belastingambtenaren die daarnaar onderzoek deden waren zich daarvan bewust.’’ Belastinginspecteur Sonja de Lange, die aan de basis van de ontdekking van de vastgoedfraude stond, heeft volgens hem nooit onder stoelen of banken gestoken dat ze corruptie vermoedde.

Belastingambtenaren deden onder toezicht van de FIOD en het OM echter onderzoek, zonder dat ze opsporingsbevoegd waren, zo stelde ook advocaat Jurjan Geertsma. De advocaten gaan donderdag verder met hun preliminaire verweer. De reactie van het OM volgt waarschijnlijk maandag.