DEN HAAG - De stijging van de werkloosheid onder mensen met een niet-westerse achtergrond loopt volledig in de pas met die van autochtonen. In 2010 was 12,6 procent van de niet-westerse allochtonen werkloos, tegenover 4,5 procent van de autochtonen.

Een jaar eerder lagen deze percentages op respectievelijk 10,9 en 3,9. Naar verhouding is de stijging gelijk, zo meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag.

Hoewel de werkloosheid in Nederland de laatste tien maanden van vorig jaar daalde, lag de gemiddelde werkloosheid in 2010 onder autochtonen en niet-westerse allochtonen hoger dan in 2009. Vorig jaar zaten 95.000 niet-westerse allochtonen en ruim 280.000 autochtonen zonder werk.

Crisis

In het begin van de economische crisis nam vooral de werkloosheid onder niet-westerse mannen toe. Vorig jaar vlakte deze stijging af en is vooral de werkloosheid onder niet-westerse vrouwen toegenomen.

Zowel bij jongeren met een niet-westerse als een Nederlandse achtergrond steeg het werkloosheidspercentage naar 23 procent. Toch bleef het aantal werkloze jongeren gelijk.

Jonge mensen

De stijging is volledig toe te schrijven aan een daling van het aanbod van jonge mensen op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld omdat ze langer onderwijs volgen.

Net als in andere jaren was van de vier grootste niet-westerse groepen de werkloosheid het hoogst onder Marokkanen (14,6 procent) en het laagst onder Surinamers (10,3 procent).

Mensen met een Turkse of Antilliaanse afkomst vormden de middenmoot. De stijging van werkloosheid was het grootst onder Marokkanen en Irakezen, aldus het CBS.