ZOETERMEER - Kleine en middelgrote bedrijven die mensen moeten ontslaan, hebben maar beperkte mogelijkheden om overtollige werknemers te helpen bij het vinden van een nieuwe baan.

Als er gedwongen ontslagen vallen, verkeren zij vaak in zwaar weer en hebben zij weinig tijd en weinig geld om mensen van werk naar werk te begeleiden en zo te voorkomen dat zij lang zonder baan komen te zitten.

Dat blijkt uit onderzoek dat bureau EIM heeft verricht in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Scholing

Ruim een kwart van de mkb-bedrijven die mensen moeten laten afvloeien, biedt wel ondersteuning. Dat gebeurt dan vaak door mensen onder werktijd te laten solliciteren, hun scholing aan te bieden of hen te detacheren.

Het EIM wijst erop dat werknemers de hulp niet altijd inroepen, omdat zij zelf al iets hebben gevonden.

Voor relatief dure vormen van ondersteuning als outplacementtrajecten is vaak geen geld. Ook hebben ondernemers maar weinig zicht op mogelijkheden tot herplaatsing bij collegabedrijven in de buurt, aldus het onderzoek. Bovendien is de kans groot dat zij het ook niet makkelijk hebben en dat zij dus niemand kunnen aannemen, aldus Peter van der Hauw van EIM.

Mobiliteitscentra

Op regionaal niveau zijn er allerlei initiatieven, zoals werkgeversservicepunten en mobiliteitscentra, om werknemers van werk naar werk te begeleiden. Maar de mkb'er is daar lang niet altijd bekend mee of hij heeft er weinig vertrouwen in.

''Een mkb'er die gewoon een bedrijf te runnen heeft, is daar niet mee bezig'', aldus Van der Hauw. Er valt op dat terrein nog wel wat te winnen door duidelijker te maken waar werkgevers terechtkunnen. Maar ook de ondernemer zelf kan zijn personeelsbeleid professionaliseren.

Volgens Rob Slagmolen van koepelorganisatie MKB-Nederland werken de mobiliteitscentra goed, ook voor het mkb. ''Wij stimuleren die centra in de regio. Er lopen diverse pilots en we moeten de goede voorbeelden houden.''