BRUSSEL - Nederland is op het gebied van innovatie slechts een middenmoter van de 27 lidstaten van de Europese Unie. Het land presteert met zijn technische en industriële vernieuwingen net iets beter dan het Europese gemiddelde.

Dat stelt de Europese Commissie, die dinsdag een overzicht presenteerde. De Europese Unie slaagt er niet in de kloof te dichten met haar belangrijkste internationale concurrenten, de Verenigde Staten en Japan.

De commissie spreekt over veelbelovende ontwikkelingen in de meeste Europese landen, ondanks de economische crisis. Maar de vooruitgang gaat niet snel genoeg.

Koplopers

Nederland scoort met zijn achtste plaats slechter dan Oostenrijk en België. Koplopers op het gebied van innovatie zijn Zweden, Denemarken, Finland en Duitsland.

De commissie prijst Nederland onder meer voor zijn ''open, excellente en aantrekkelijke'' onderzoeksprogramma's. ''Relatief zwak'' zijn bijvoorbeeld de investeringen door bedrijven.

Nederland stond in 2009 op de elfde plaats, maar de commissie hanteert inmiddels deels nieuwe criteria. De commissie onderzocht allerlei punten, van het budget voor vernieuwing tot het aantal internationale publicaties en het aantal patentaanvragen.

Onder druk

Volgens CDA-Europarlementariër Lambert van Nistelrooij staat de positie van Nederland als innovatief land onder druk.

''Als wij onze ambitie willen verwezenlijken om weer in de top 5 van wereldkenniseconomieën te komen, moeten we fors meer geld steken in onderzoek en ontwikkeling. Vooral innovatie en ontwikkeling zullen zorgen voor de banen, productie en diensten van de toekomst", aldus Van Nistelrooij.

Investering

In 2009 investeerde Nederland 1,84 procent van het bruto binnenlands product in onderzoek en ontwikkeling.

In Europa is afgesproken dat we minimaal 3 procent zouden moeten investeren, stelt de CDA'er. ''Het wordt tijd dat ook de Europese fondsen voor de regio´s en de tuinbouw zich meer op innovatie richten. Daarmee kan ook Europa bijdragen aan een betere score voor Nederland."