Iedereen kent wel één of meerdere beurswijsheden. Nu we richting de start van een nieuw jaar gaan zult u er de komende weken niet onderuit kunnen, het januari-effect.

Door Martin Mastenbroek | HEK Value Funds

Deze beurswijsheid stelt dat januari in vergelijking met de overige maanden in het jaar een hoger rendement laat zien.

Daarnaast is er een tweede aan de maand januari gelieerd adagium, ‘as january goes, so goes the year’, dat stelt dat de eerste vijf handelsdagen van de maand januari een voorspellende waarde hebben voor het jaarrendement. Is er hard bewijs voor deze januari-effecten en waar moet u op letten voor 2011?

Belastingvermijding

Eén verklaring voor het januari-effect is de belasting die wordt berekend over kapitaalstijgingen. Verliesgevende beleggingen worden verkocht om de winsten op de overige transacties die gedurende het jaar hebben plaatsgevonden te compenseren.

Hierdoor kan de belasting die verschuldigd is over kapitaalstijgingen worden voorkomen. Dit zorgt voor verkoopdruk op slecht presterende aandelen in de maand december, waarna in januari deze verkoopdruk verdwijnt, waardoor de koersen herstellen.

Deze verklaring gaat echter alleen op voor landen waar deze belasting geldt. Voor bijvoorbeeld Nederland is dit geen afdoende verklaring voor het januari-effect.

Window-dressing

Een tweede verklaring is window-dressing door institutionele partijen. Deze partijen worden beoordeeld op basis van hun posities in de portefeuille en de mate van risico die zij nemen. In hun jaarverslag willen zij een gunstig plaatje laten zien.

Tegen het eind van december verkopen zij hun kleine aandelen en speculatieve posities. De vrijgekomen gelden beleggen zij in grote gerenommeerde ondernemingen waarmee zij hun portefeuille opleuken voor de participanten.

In januari gebeurt precies het tegenovergestelde. De institutionele beleggers nemen afscheid van de blue chips en kopen de posities in kleine aandelen en speculatieve posities terug waardoor de koersen in januari stijgen.

December-effect

Om te kijken of er daadwerkelijk een januari-effect bestaat, bekijken wij de maandelijkse rendementen voor de AEX-index, de voor Nederlandse beleggers meest relevante vergelijkingsmaatstaf.

Het blijkt dat vanaf 1984 de rendementen in januari gemiddeld genomen positief zijn. Echter, vergeleken met de andere maanden in het jaar is het rendement middelmatig te noemen.

Opvallend is echter dat het rendement in december ver boven het gemiddelde maandrendement uitkomt met drie procent. Waar dus geen bewijs kan worden geleverd voor het januari-effect, lijkt er een sterk december-effect te bestaan.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat beleggers voorsorteren op het verwachte januari-effect en reeds in december flink aandelen inkopen.

Voorspeller

Blijft er dan niets overeind van het januari-effect voor de Nederlandse beurs? Laten we kijken naar de stelling ‘as januari goes, so goes the year’. In maar liefst 23 van de 26 jaren sinds 1984 blijkt dat de eerste vijf handelsdagen van januari een perfecte voorspeller zijn voor een positief of negatief rendement op de AEX in het jaar.

En ook voor 2010 lijkt dit beursgezegde zijn naam eer aan te gaan doen. Een logische verklaring voor dit fenomeen ontbreekt, maar met een op basis van historische data berekende kans van 88 procent is het zeker de moeite waard om de eerste vijf handelsdagen van 2011 zeer scherp in de gaten te houden.

Fred Huibers is met vakantie. Vandaar dat de column deze keer geschreven is door Martin Mastenbroek. Mastenbroek is fundmanager van HEK Value Funds.