DEN HAAG - Europa staat een oplossing voor de eigen schuldencrisis in de weg door zich alleen druk te maken om het bestraffen van de zwakkere landen. Dat zei hoogleraar internationale economie Paul de Grauwe maandag.

''Europa is dom bezig. Om de paniek te beteugelen moeten de landen nu juist laten zien dat ze in hetzelfde schuitje zitten en dat ze voor elkaar opkomen.''

De Grauwe vindt dat de Europese leiders die eind deze week overleggen over de problemen in de eurozone twee belangrijke beslissingen moeten nemen. ''Het reddingsfonds moet worden verdubbeld en er moeten euro-obligaties worden uitgegeven.''

Duitsland

Hij beseft echter dat de kans hierop nagenoeg nihil is. Vorige week gaven Duitsland en Frankrijk na een voorbereidende bijeenkomst al aan niets in die maatregelen te zien.

''Op één stap van de afgrond wil men in Europa wel actie ondernemen, maar de storm is nu weer even geluwd, dus wordt er rustig gewacht op de volgende schok'', stelde de hoogleraar van de universiteit van Leuven.

Reddingsfonds

Een groter reddingsfonds heeft volgens de Europadeskundige grote psychologische waarde. ''Het laat zien dat er voldoende middelen zijn om elke speculatieve crisis te weerstaan en verlaagt daardoor de kans dat je het bedrag ooit werkelijk nodig gaat hebben. Hoe groter het wapen dat je dreigt in te zetten, hoe kleiner de kans dat je het daadwerkelijk moet gebruiken.''

Hetzelfde geldt voor de uitgifte van gezamenlijke leningen. ''Ook dat toont dat je de crisis samen wilt aanpakken. Daarbij is het financieel en economisch aantrekkelijk, want het creëert een grote obligatiemarkt, waar internationaal veel vraag naar zal zijn.''

Rente

De kritiek van Duitsland en Nederland dat zij meer rente gaan betalen bij de uitgifte van euroleningen snijdt volgens De Grauwe geen hout. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen het deel van de overheidsschuld van een land dat binnen de Europese regels valt en het deel wat de regels overschrijdt, betoogt hij.

Voor het eerste deel zijn de euro-obligaties bedoeld. Voor het andere deel, boven de grens van 60 procent van het bruto binnenlands product, moeten landen zelf de boer op.

Verschil

'Daar ga je dan verschillen zien. De rente op dat deel wordt voor Duitsland laag en voor Griekenland hoog. De rente voor de euro-obligaties wordt voor iedereen net zo laag als de rente die Duitsland en Nederland nu betalen.''

De Grauwe hekelt de ''bijna religieuze'' manier waarop landen als Duitsland en Nederland de nadruk leggen op het bestraffen van de landen die nu in de problemen zitten. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) pakt de zaken beter aan, vindt hij.

''Het IMF legt zware eisen voor bezuinigingen aan landen op, maar begrijpt dat die pijn doen. Zij vragen daarom een lage rente zolang aan de voorwaarden wordt voldaan. Dat verhoogt de kans dat de sanering ook slaagt en is dus verstandig. Wat Europa doet is dom. Zij vragen een hoge rente aan Ierland en maakt het ze daarmee alleen maar moeilijker om nog uit de problemen te komen.''

Zie ook: dossier eurocrisis