AMSTERDAM - Nederlandse werknemers zien volgend jaar hun nettoloon stijgen. Dat is te danken aan een lagere belasting ten opzichte van 2010 door een hogere arbeidskorting en lagere belastingtarieven. Dat blijkt uit berekeningen van salaris- en HR-dienstverlener ADP.

De netto loonstijging levert werknemers echter weinig tot niets op, omdat de koopkracht daalt. In veel plaatsen gaan de gemeentelijke lasten omhoog. Bovendien worden ouders geconfronteerd met hogere kosten voor de kinderopvang en neemt de stijgende nominale premie voor de Zorgverzekeringswet ook een groter deel van het salaris in beslag.

De lagere inkomens boeken de meeste vooruitgang in het nettoloon. Zo is bij een brutosalaris van ongeveer 1500 euro per maand de grootste stijging te zien, met ongeveer 0,9 procent. Werknemers met een modaal inkomen gaan er 0,52 procent op vooruit, terwijl mensen die twee keer modaal verdienen netto 0,48 procent meer ontvangen.

Werkgeverslasten

De werkgeverslasten stijgen echter mee met het hogere nettoloon van de werknemers, zo stelt ADP. "De stijgende zorgkosten raken niet alleen de werknemers, maar ook de werkgevers. Naast de nominale premie stijgt namelijk ook de zogenoemde inkomensafhankelijke bijdrage", aldus manager Dik van Leeuwerden van het bedrijf.

Ook de verwachte stijgende premies van pensioenfondsen en een toename van de zogenoemde sectorpremie zullen werkgevers in 2011 op kosten jagen. Werkgevers krijgen niet alleen te maken met stijgende kosten, maar tevens met een forse verandering in de belastingwetgeving.