AMSTERDAM - Het aantal allochtone ondernemers in Den Haag is sinds het midden van de jaren negentig verdrievoudigd. De verschillende beleidsmaatregelen van de gemeente op dit gebied hadden hier echter nauwelijks invloed op. Het was vooral een natuurlijke ontwikkeling.

Dat blijkt uit onderzoek van socioloog Surrendra Santokhi van de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveert daar woensdag op.

Santokhi onderzocht verschillende maatregelen die Den Haag sinds 1995 nam om ondernemerschap onder allochtonen te bevorderen.

Zo kwam de gemeente met bedrijfsverzamelgebouwen die als broedplaats moesten dienen voor startende ondernemers. Ook stimuleerde zij de ontwikkeling van een 'Chinatown', een buurt met veel Chinese winkels.

Kansen pakken

De socioloog concludeert echter dat ''geen van de onderzochte maatregelen een substantiële bijdrage hebben geleverd aan de grote ontwikkelingen van het midden- en kleinbedrijf''. ''De markt heeft het vooral zelf opgepakt.''

Hij wijst op ''het feit dat allochtonen geen passieve toeschouwers zijn, maar zelf hun kansen creëren en pakken op de ondernemersmarkt''.

Indirect effect

Volgens Santokhi hebben de maatregelen overigens wel een indirect effect. De gemeente vestigt daarmee namelijk de aandacht op het beginnen van een eigen bedrijf, al dan niet in achterstandswijken.

''Zij hebben de beeldvorming over het immigrantenondernemerschap en allochtone concentratiewijken positief veranderd en geresulteerd in meer geloof in de eigen kansen.''