AMSTERDAM – De Europese ministers hebben geen akkoord bereikt over de invoering van een Europees patent. Dat schrijft de Belgische krant de Standaard woensdagavond.

Op een speciale bijeenkomst in Brussel slaagden de Europese ministers bevoegd met innovatie en ondernemen er niet in tot overeenstemming te komen.

Vooral Spanje toonde volgens de huidige voorzitter Vincent van Quickenborne ‘hardnekkig verzet’. Daarnaast tekenden Italië en Polen bezwaar aan tegen het Europese patent, omdat het systeem gebaseerd is op de talen Engels, Frans en Duits.

Unaniem

Van Quickenborne stelt naar aanleiding van de stukgelopen onderhandelingen in de Belgische krant 'dat er nooit unanimiteit zal bestaan over het taalregime voor een Europees patent’.

Nederland is met Groot-Brittannië, Slovenië, Zweden en Ierland wel openlijk voorstander. Deze landen zouden onderling een ‘beperkt’ Europees patent kunnen overeenkomen als ze er nog vier lidstaten bij vinden.

Duur

Het taalregime vormt al jarenlang een struikelblok voor een Europees patent. Octrooien moeten nu nog in alle lidstaten ingediend en vertaald worden, wat voor hoge kosten zorgt. Daardoor is het beschermen van uitvindingen in Europa tot tien keer duurder dan in de Verenigde Staten.

Door een algemeen Europees patent zou de kostprijs volgens de Standaard met negentig procent omlaag kunnen en uitkomen tussen de 2100 en 4200 euro.