AMSTERDAM – De inkomensongelijkheid in Nederland is licht gestegen sinds 2006. Ruim 60 procent van de bevolking heeft een inkomen tussen de 10.000 en 25.000 euro.

Dat blijkt dinsdag uit het CBS-rapport ‘De Nederlandse Samenleving 2010’. Het gemiddeld besteedbaar inkomen bedroeg in 2008, het jaar waaruit de gegevens afkomstig zijn, 33.500 euro.

Het aandeel huishoudens dat zich onder de lage-inkomensgrens bevindt, is gestegen tot acht procent, terwijl het sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw bijna continu een daling liet zien.

Ruim 250.000 huishoudens hebben een inkomen van meer dan 50.000 euro tot hun beschikking en meer dan 48.000 huishoudens hebben meer dan 100.000 euro te besteden. Bijna de helft van hen heeft vooral inkomsten uit vermogen, terwijl een op de drie een ondernemershuishouden is.

Westen

Het inkomen is het hoogst in het westen van het land. Gemeenten met bovengemiddeld veel goed verdienende inwoners liggen vooral in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht.

De rijkste gemeente is Blaricum, maar ook inwoners van Rozendaal, Bloemendaal, Wassenaar, Laren, Abcoude, Naarden, Muiden, Heemstede en Oegstgeest boeren goed. De armste gemeente daarentegen is het Groningse plaatsje Pekela.

Tussen 2002 en 2005 daalde het gemiddelde inkomen licht, waarna het dankzij de economische bloei klom. Aan die stijging is in 2008 weer een einde gekomen, onder andere door de kredietcrisis.

Woonlasten

Huishoudens besteden bijna een kwart van hun inkomsten aan woonlasten en onderhoud van huis en tuin. Daarnaast slokken auto, trein, voeding, scholing en ontspanning een flink deel van het budget op. Huishoudens met minderjarige kinderen zijn het duurst uit.

De vermogensverdeling is erg scheef, aldus het statistiekbureau. Bijna 60 procent van het vermogen is in bezit van tien procent van de huishoudens. In doorsnee bezitten zij 634.000 euro. Onder hen bevinden zich vooral veel zelfstandigen.

Vermogen

Het doorsnee vermogen per huishouden kwam begin 2009 uit op 43.000 euro. Zes procent had een negatief vermogen, terwijl twee procent miljonair was.

De kredietcrisis heeft vooral de waarde van het effectenbezit negatief beïnvloed. Begin 2009 was de waarde teruggelopen naar 12.000 euro, tegenover 16.000 euro een jaar eerder.

Bank- en spaartegoeden van huishoudens waren op 1 januari 2009 ongewijzigd, en kwamen gemiddeld uit op 15.000 euro.