AMSTERDAM - Tien procent van de bedrijven in de industriesector heeft te maken met een productiekrimp als gevolg van internationale concurrentie. Over alle sectoren gezien is dat een op de twintig bedrijven. Dat blijkt maandag uit de Conjunctuurenquête Nederland.

Binnen de industrie heeft een op de tien bedrijven met een productiekrimp te maken. In de papier- en grafische industrie speelt dat het sterkst (beide 14 procent). Grote bedrijven hebben meer met globalisering te maken dan het MKB.

Over het algemeen heeft een derde van het bedrijfsleven te maken met globalisering in de kernactiviteiten. 28 Procent van de bedrijven geeft aan bij de nevenactiviteiten te maken te hebben met globalisering.

Lagelonenlanden

De productie wordt door ruim drie procent van de bedrijven verplaatst naar lagelonenlanden. Vooral in de ICT-branche is dat te zien met 25 procent en in mindere mate in de textiel- en kledingindustrie (tien procent).

In een aantal gevallen zijn bedrijven meer halffabricaten gaan importeren in plaats van grondstoffen. Dit komt het sterkst voor bij de metaalindustrie (7%) en de meubel- en overige industrie (9%).

Administratie

Ook de niet-kernactiviteiten van ondernemingen krijgen met globalisering te maken. Zo verplaatsten bedrijven bijvoorbeeld R&D-actviteiten en de administratie naar het buitenland. Met name bedrijven in de aardolie- en chemische industrie en ICT-bedrijven deden dat.

De Conjunctuurenquête Nederland (COEN) brengt vier keer per jaar ontwikkelingen en verwachtingen van het Nederlandse bedrijfsleven in kaart. Het is een samenwerking tussen het CBS, Kamer van Koophandel, EIB, MKB-Nederland en VNO-NCW.