Bij veertien pensioenfondsen zou de dekkingsgraad zo ver gedaald zijn, dat er serieus moet worden nagedacht over het korten van de pensioenuitkering om de situatie weer op orde te krijgen.

Door Martine Hafkamp | Fintessa Vermogensbeheer, in samenwerking met Belegger.nl

Bovendien wordt er ook nog eens tot haast gemaand met het nemen van maatregelen om de buffers op te hogen. Of dat op dit moment wel zo verstandig is, waag ik te betwijfelen.

De dekkingsgraad is een globale indicator voor de vermogenspositie van een pensioenfonds. Om die te berekenen wordt de contante waarde van de beleggingen gedeeld door de contante waarde van de verplichtingen.

Hoe lager de rente is waartegen contant gemaakt moet worden, hoe hoger de huidige waarde wordt die nodig is om de toekomstige pensioenuitkeringen te kunnen voldoen.

Dekkingsgraad

Is de dekkingsgraad hoger dan 100 procent, dan beschikt het fonds over financiële buffers om de schommelingen in de waarde van de beleggingen en de verplichtingen op te vangen. Is de dekkingsgraad lager, dan is er sprake van een tekort.

Tot zo ver weinig spannends, tenminste als er in het verleden consistent te werk was gegaan met voldoende oog voor de opbouw van de bevolking. Echter, in plaats van vooruit te kijken en blij te zijn met de aanzienlijke overschotten die onder invloed van de sterk stijgende aandelenkoersen bij pensioenfondsen ontstonden, werd er in de jaren negentig gezocht naar mogelijkheden om deze af te romen.

De forse buffers werden niet bewaard voor slechtere tijden, integendeel. Een aantal pensioenfondsen laste premie-holidays in, wat inhield dat de werkgeversbijdrage op nul werd gesteld.

Voorschot

Hiermee werd min of meer een voorschot genomen op de toekomst. Door lange looptijd van pensioenverplichtingen en de aanname dat er daardoor meer ruimte ontstaat om te middelen, werden de beleggingsresultaten voor min of meer zeker aangenomen.

Dat laatste is nog steeds het geval. Nog altijd rekent een aantal pensioenfondsen met een gemiddeld beleggingsrendement van 7,5 procent. Bovendien leek er weinig oog te zijn voor het gegeven dat de bevolking aan het vergrijzen was. De nieuwe instroom van premies daalt daardoor, een probleem dat ook bij de AOW speelt.

Abrupt

Aan deze tijd van vrijheid, blijheid kwam door het barsten van de internetbubbel een abrupt einde. De Pensioen & Verzekeringskamer (PVK), die in 2004 fuseerde met De Nederlandsche Bank (DNB), stelde bij monde van haar bestuursvoorzitter de heer Dirk Witteveen premieverhogingen verplicht.

Daardoor liepen de arbeidskosten op en verdiepte de recessie. In 2006 werd overgestapt van een vaste rekenrente van 4 procent naar een marktgerelateerde rente die gekoppeld is aan het effectieve rendement op tienjarige Nederlandse staatsobligaties.

Die rente daalt al geruime tijd gestaag en is, mede door de vlucht naar veiligheid die door veel beleggers lijkt te zijn ingezet, op historisch lage niveaus beland.

Weinig geleerd

De recent aangezwengelde discussie lijkt toch vooral aan te tonen dat er weinig geleerd is van het verleden. Natuurlijk lijdt het geen twijfel dat, als een pensioenfonds nu geliquideerd zou moeten worden, de opbrengsten niet hoger zullen zijn dan de marktwaarde en dat de pensioenaanspraken contant gemaakt moeten worden tegen de huidige risicovrije rentevoet.

Maar, het merendeel van de pensioenfondsen is niet een dergelijk lot beschoren en daarom moet er verder gekeken worden en moet de beleggingshorizon niet uit het oog worden verloren, juist door de herziene sterftetafels waarmee gewerkt moet worden. Dat geldt zeker voor de beleggingsomgeving waarin de Nederlandse pensioenfondsen opereren.

Al zijn in Europa en de Verenigde Staten de economische situatie en vooruitzichten niet zo rooskleurig, wereldwijd is er wel degelijk sprake van economische groei. Daar liggen op de langere termijn voldoende kansen voor pensioenfondsen.

Levensverwachting

Met de door het CBS berekende hogere levensverwachting in het achterhoofd lijkt het mij niet meer dan logisch om af te stappen van de huidige systematiek van pensioengerechtigde leeftijden. Net als bij de AOW-discussie is het niet langer opportuun een vaste leeftijdsgrens aan te houden.

Ik pleit er niet voor om een voorschot te nemen op de toekomst, maar een veranderende realiteit moet wel leiden tot nieuwe kaders. Hierin heeft een ieder gedurende zijn of haar werkzame leven een eigen verantwoordelijkheid.

Er moet worden gekeken naar reële doelstellingen en de nominale dekkingsgraad moet in mijn ogen niet meer zijn dan een randvoorwaarde. Dan zou zo maar kunnen blijken dat de soep minder heet gegeten wordt, dan hij nu wordt opgediend.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2008 de Gouden Stier voor de beursvrouw van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp