AMSTERDAM - Niet alleen in het bedrijfsleven, ook bij de overheid is het lastig voor allochtonen een baan te bemachtigen.

Dat komt doordat werkgevers, ook bij de overheid, te veel in stereotypen over etnische groepen denken. Dat blijkt uit de Discriminatiemonitor van het Sociaal Cultureel Planbureau.

Een autochtoon met vergelijkbare eigenschappen en diploma's komt veel makkelijker binnen dan een niet-westerse allochtoon, vooral als het zijn of haar eerste baan is.

Taalbeheersing

Personeelsafdelingen wijzen op hun gebrekkige taalbeheersing en presentatie tijdens het sollicitatiegesprek, maar ook het dragen van een hoofddoek of baard en eerdere slechte ervaringen met niet-westerse migranten op de werkvloer worden als argument genoemd. Daarnaast maken ze minder vaak opleidingen af en wisselen ze vaker van werkgever.

Autochtone Nederlanders krijgen vaak de voorkeur omdat die keuze veiligheid of zekerheid biedt. Het beeld van Surinamers - zij spreken goed Nederlands - en Turken - harde werkers - is overigens relatief positief. Marokkanen en Antillianen worden echter geregeld geassocieerd met criminaliteit en onbetrouwbaarheid. Zij worden als 'risico' beschouwd.

Productiviteit

Werkgevers gebruiken kennelijk een gemiddelde inschatting van de productiviteit en risico's van de groep waartoe zij de sollicitant rekenen. Vooral Marokkaanse en Antilliaanse kandidaten moeten meer moeite doen om hun geschiktheid aan te tonen.

Bij gelijke geschiktheid zeggen verschillende werkgevers pas in laatste instantie te kiezen voor een Marokkaanse of Antilliaanse Nederlander. Het planbureau noemt dit 'statistische discriminatie'.