Turbo’s zijn geliefd bij particuliere beleggers, omdat hiermee al met een klein bedrag belegd kan worden in allerlei onderliggende waardes, van olie en goud tot en met aandelen en indices.

Door Lousin Mehrabi I Belegger.nl

RBS heeft de Turbo, Commerzbank en Citi de Speeder en ING heeft Sprinters. Ondanks de verschillende namen werken deze derivaten allemaal volgens hetzelfde principe.

Er zijn twee soorten turbo’s: een turbo long en een turbo short. Met een turbo long speelt u in op een verwachte stijging van een aandeel, grondstof of index. Een turbo short koopt u juist als u een daling van de onderliggende waarde verwacht.

Hefboom

De namen speeder, sprinter en turbo zeggen het al: de belangrijkste eigenschap van dit product is de hefboomwerking. Met een turbo kan versneld worden geprofiteerd van een stijging of daling van de onderliggende waarde. Stel, de goudprijs stijgt met 1 procent en u hebt een turbo op goud gekocht met een hefboom van 10. Dan bedraagt uw rendement niet één, maar tien procent.

Omdat we met turbo’s niet te maken hebben met begrippen zoals verwachtingswaarde of tijdswaarde, is de berekening van de prijs gemakkelijker dan die van een optie of een warrant. De prijs van een turbo is het verschil tussen de stand van de onderliggende waarde en het financieringsniveau van de turbo.

Versnelling

Een rekenvoorbeeld. We nemen een turbo op de AEX. Stel, de AEX-index noteert 350 punten. De waarde van een turbo met een financieringsniveau van 300 is dan 350-300 = 50 euro. Turbo’s op de AEX hebben, net als sommige andere turbo’s, een ratio. Een ratio van 10 geeft aan dat we 10 turbo’s nodig hebben om eenmaal in de onderliggende waarde te beleggen. In ons voorbeeld is daarom dezelfde turbo met een ratio van 10, niet 50 euro maar 5 euro waard.

Stel, de AEX stijgt van 350 naar 360 punten. Dan stijgt de prijs van de turbo van 5 naar 6 euro ((360-300)/10). Dat is een performance van 20 procent, terwijl de AEX met nog geen 3 is toegenomen. En dit is precies de versnelling waar de namen van deze producten naar verwijzen.

Stop loss

Maar wat gebeurt er bij een daling? Als de AEX daalt tot het financieringsniveau van 300, dan is de turbo niets meer waard. Een verdere daling zou zelfs een negatieve waarde van de turbo tot gevolg hebben. Om dit te voorkomen hebben de banken het zogenaamde stop loss-niveau bedacht.

Dit niveau ligt net boven het financieringsniveau, zodoende voor onze turbo op 305. Zodra de AEX de stand van 305 punten bereikt, wordt de turbo automatisch verkocht. De eventuele restwaarde, in ons voorbeeld 0,50 ((305-300)/10) wordt dan uitgekeerd aan de belegger.

Actief

Door de hefboomwerking kan een belegger in korte tijd veel winnen, maar ook veel verliezen. Als de restwaarde 0 is, gaat zelfs de gehele inleg in rook op. Turbo’s zijn dan ook vooral geschikt voor de actieve belegger die regelmatig het koersverloop in de gaten kan houden.

Toch kan ook de passieve belegger in turbo’s handelen. Dit beleggingsinstrument kan immers ook gebruikt worden als risicodekking. Dat kan met de turbo short, die in waarde stijgt als de onderliggende waarde daalt. Men kan hiermee natuurlijk ook actief inspelen op een verwachte daling.

Deze special kwam tot stand in samenwerking met Belegger.nl