HOUSTON - De Britse oliemaatschappij BP wil dat Anadarko Petroleum en het Japanse Mitsui meebetalen aan de kosten voor het opruimen van de olievervuiling in de Golf van Mexico. Dat meldde de Britse krant The Guardian woensdag.

Beide partners van BP bij de oliewinning in dat gebied hebben tot op heden geweigerd bij te dragen aan de kosten. Zij houden BP volledig verantwoordelijk voor het lek dat tot de olieramp heeft geleid.

Het Texaanse Anadarko, voor een kwart eigenaar van de oliebron, zou voor 1 miljard dollar moeten bijdragen in de opruimingskosten.

Maar president-directeur Jim Hackett van het bedrijf uit Houston wees aansprakelijkheid eerder al af. ''Er lijkt sprake te zijn van grove nalatigheid of opzettelijk slecht beheer'', zei hij in een interview.

Kosten

BP praat al enige tijd met Anadarko en Mitsui over de kosten van de ramp. Mitsui, dat een belang van 10 procent in de oliebron heeft, zei van BP een rekening van 480 miljoen dollar te hebben gekregen. Maar Mitsui weigert te betalen tot het onderzoek naar de oorzaken van de ramp is afgerond.

Als BP nalatigheid kan worden verweten, zal het Britse olieconcern aansprakelijk zijn voor alle kosten.

Als belangrijkste uitvoerder van het ontplofte boorplatform heeft BP al toegezegd alle schade te betalen. Maar het bedrijf wil dat zijn partners bijdragen in de kosten.

Rekening

Volgens The Guardian heeft BP Anadarko en Mitsui alleen nog aangeslagen voor de maanden mei en juni. De rekening voor juli zou nog wel eens hoger kunnen uitvallen. Die maand lijkt BP's pogingen om de lekkende oliebron te dichten eindelijk succes te hebben gehad.

BP's vertrekkende topman Tony Hayward heeft aangegeven dat het concern zonodig een juridische procedure tegen zijn partners begint om een deel van de kosten te verhalen.

De explosie van het boorplatform Deepwater Horizon kostte elf werknemers het leven en veroorzaakte de grootste olieramp in de Amerikaanse geschiedenis.