DEN BOSCH - De Belgisch-Nederlandse aannemerscombinatie Besix Martens en Van Oord zet het kort geding tegen Rijkswaterstaat over gunning van de omlegging van de Zuid-Willemsvaart om Den Bosch aan vier andere bedrijven, door.

De aannemers hebben dat dinsdag besloten na overleg met hun advocaat. Ze willen de rechter vragen om een herbeoordeling van de plannen van alle drie inschrijvers, zei regiomanager Dolf van Atteveld van Besix Martens en Van Oord.

Rijkswaterstaat weigert Besix Martens en Van Oord nadere informatie te geven over de beoordeling van hun plan. De verschillen tussen de inschrijvers waren zo klein dat een andere beoordeling snel tot een andere winnaar had kunnen leiden, meent de combinatie.

Rijkswaterstaat gunde de opdracht vanwege een positiever oordeel voorlopig aan de speciaal gevormde combinatie Willems Unie, die bestaat uit KWS Infra, Van Hattum en Blankenvoort en GNB en Van den Herik.

Over de financiën van hun inschrijving doen de aannemers geen uitlatingen, maar het plafondbedrag was 200 miljoen euro.

Scheepvaart

Omlegging van de Zuid-Willemsvaart is nodig wegens het groeiende scheepvaartverkeer en de overlast voor het verkeer in (de binnenstad van) Den Bosch.

Het 9 kilometer lange nieuwe kanaal komt ten oosten van Den Bosch te liggen en loopt van Den Dungen tot aan de Maas bij Empel. In het ontwerp zijn acht bruggen en twee sluizen opgenomen.

Het kort geding staat gepland voor 31 augustus en dient bij de rechtbank in Den Haag.