Zes ministers hebben er hun tanden op stukgebeten. Kilometerheffing lijkt een fata morgana. Het wordt nu tijd om echt Anders te Betalen voor Mobiliteit.

Door Piet Lagerweij | Logica

25 jaar geleden werd er al gesproken over rekeningrijden. Toenmalig minister Kroes kwam met een plan om elektronisch te gaan betalen voor het gebruik van de snelweg. Inmiddels zijn we zes ministers verder en geen steek opgeschoten.

Elke minister bedacht zijn eigen variant, en elke minister zag deze variant weer ten onder gaan. Creatieve naamgeving ten spijt, ook Anders Betalen voor Mobiliteit van minister Eurlings heeft de eindstreep niet gehaald. Kilometerheffing is – voor de zoveelste keer – speelbal van een Kabinetsformatie.

Voorschot

Laat ik alvast een voorschot nemen op de uitkomst: voor de zevende keer gaan we het proberen, en zo rond de volgende verkiezingstijd valt – voor de zevende keer – het doek. Waarom slagen we er maar niet kilometerheffing van de grond te krijgen?

Eén argument is de complexe techniek. Die techniek is complex, omdat het eisenpakket zo uitgebreid is, om zoveel mogelijk de wensen van politiek en belangengroeperingen mee te nemen.

Kiezen voor een eenvoudige, robuuste oplossing vergroot weliswaar de haalbaarheid, maar gaat weer ten koste van het fragiele draagvlak. Zo blijven we polderen tussen draagvlak en uitvoerbaarheid, kenmerkend voor zoveel ICT-overheidsdossiers.

Betalen naar gebruik

Toch krijgt betalen naar gebruik steeds meer draagvlak. Het invoeren hiervan wordt echter een stevige uitdaging. De overgang van BPM naar kilometerheffing heeft een paar vervelende economisch effecten. Auto’s worden in aanschaf stukken goedkoper.

Dat klinkt aantrekkelijk, maar heeft u net een nieuwe auto aangeschaft dan denkt u daar waarschijnlijk heel anders over. En als u een bedrijfsvoorraad heeft van 1000 auto’s dan wordt de schade wel heel concreet.

Daarnaast valt er ineens een gat in de schatkist. De Staat int haar geld niet langer bij de aankoop, maar uitgesmeerd over de gebruiksjaren daarna. Deze effecten zijn alleen te beheersen door een heel geleidelijke overgang van aanschaf- naar gebruiksbelasting.

Geleidelijk

Met die geleidelijke overgang kunnen we nu al beginnen. Het draagvlak is er en complexe techniek is er niet voor nodig. We kunnen beginnen met het geleidelijk verlagen van de BPM en het verhogen van de accijns.

Met accijnsverhoging kunnen we veel van de doelen van kilometerheffing al bereiken. Alleen differentiëren naar tijd en naar plaats lukt niet. Daarnaast is er het bekende probleem van het gaan tanken over de grens. Dit roept om een slimme oplossing.

Gedifferentieerde accijns

Daarom stel ik voor de hoogte van de accijns regionaal te gaan differentiëren. Verhoog de accijns in de Randstad met vijftig cent, en verlaag deze in stapjes van vijf cent in concentrische cirkels tot aan de grens, tot het niveau van onze buurlanden. Met zo’n geleidelijke afname loont het niet meer extra te rijden om elders goedkoper te tanken.

Door de komende jaren deze gedifferentieerde accijns stapsgewijs in te gaan voeren beginnen we met betalen naar gebruik en creëren we tijd om de techniek uit te ontwikkelen voor de echte kilometerheffing.

Het is tijd voor een trendbreuk. Ook de zevende minister zal zijn tanden zetten in de kilometerheffing. Of het hem beter vergaat dan zijn voorgangers blijft de vraag. Maar de eerste stap naar Anders Betalen voor Mobiliteit kan aan het eind van zijn/haar ambtsperiode zijn ingevoerd.