AMSTERDAM - Wal-Mart heeft al miljoenen dollars gespendeerd aan een rechtzaak waarin het bedrijf een boete van 7000 dollar aanvecht. Daarover bericht the New York Times.

De Amerikaanse detailhandelsketen werd aangeklaagd nadat in 2008 een medewerker onder de voet werd gelopen toen hij de deuren van een Wal-Mart-winkel in Long Island opendeed. Hij stierf als gevolg van verstikking. In de aanklacht staat dat Wal-Mart er niet in geslaagd is een veilige werkomgeving te creëren voor zijn werknemers.

De ambtenaren die zich met de zaak bezighouden zeggen tegen de krant niet te begrijpen waarom Wal-Mart de relatief lage boete bestrijdt.

Overeenkomst

Al voor de aanklacht van de Occupational Safety and Health Administration (OSHA), onderdeel van het ministerie bereikte Wal-Mart een overeenkomst met de officier van justitie van de staat New York.

De detaitlhandelsketen stortte 400.000 dollar in een fonds voor klanten die gewond raakten als gevolg van vertrapping en doneerde 1,5 miljoen dollar aan lokale maatschappelijke projecten. Ook nam het bedrijf maatregelen om in de toekomst dit soort rampen te voorkomen.

Beroepsrisico

Wal-Mart stelt dat de regering ten onrechte probeert het vertrappen door een menigte als beroepsrisico aan te duiden in winkelbedrijven. Dat zou betekenen dat alle retailers maatregelen moeten nemen om dit te voorkomen.

Ook is de winkelketen bang dat de OSHA in de toekomst Wal-Mart steeds gaat controleren ten tijde van een uitverkoop of grote reclame acties.

Geen standaard

"OSHA houdt Wal-Mart ten onrechte verantwoordelijk voor een standaard die er helemaal niet was ten tijde van het incident", aldus een woordvoerder van de winkelketen.
In totaal hebben ambtenaren al 4725 uur aan de zaak besteed.

De afgelopen vijf maanden is dat 17 procent van het totale aantal beschikbare uren. Wal-Mart zou al 2 miljoen dollar aan juridische kosten hebben gemaakt.