In de afgelopen weken is een ware richtingenstrijd losgebarsten over het te voeren economisch beleid. Het ene kamp, dat nu flink wil bezuinigen, wordt aangevoerd door Duitsland. In Europa wordt het andere kamp heeft het Verenigd Koninkrijk de band om de arm. Wie gaat winnen?

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor
 
Na de val van de zakenbank Lehman waren er ernstige zorgen dat er niet alleen een economische depressie stond aan te komen maar dat het vertrouwen in het financiële systeem, waaronder papiergeld, zou verdwijnen.

In kranten als the Financial Times verschenen er artikelen met tips hoe men zich kon handhaven in een omgeving die zou lijken op de donkere jaren dertig.

Pas toen de autoriteiten alle remmen loslieten door kapitaal in banken te pompen, leningen te garanderen, zeer ruimhartig liquiditeit te verschaffen en allerlei maatregelen ter stimulering van consumptie en investeringen in te stellen, sloeg de krimp om in voorzichtige groei.

Tekorten

Gevolg van de opstelling van de overheid is wel dat de staatsschuld in de meeste Westerse landen sterk is opgelopen. In de Europese Unie halen landen als Frankrijk, het VK en zelfs Duitsland en Nederland de norm die is afgesproken was in het Verdrag van Maastricht (een lopend overheidstekort dat niet meer dan 3 procent van het nationaal inkomen) bij lange na niet.

Lange tijd leek dat Europa niet te deren. Landen als Frankrijk, waar het aandeel van de overheid in de economie traditioneel groot is, lazen de Verenigde Staten de les. Jullie moeten stoppen met de mentaliteit van laissez faire (!) omdat dat tot excessen leidt. 

Zorg voor strakke regulering en directe participatie van de overheid in de economie (dirigisme); dat werkt stabiliserend. Aan dit wonderlijke schouwspel, waarin het oude en vermoeide Europa het jonge en productieve Amerika belerend toesprak, is een einde gekomen met het fiasco van Griekenland.

Exportkampioenen

De financiële markten begonnen te zien dat het kunstmatige bouwwerk dat Euro heet, minder solide is dan het lijkt. De kleinste en zwakste broeder van het systeem, Griekenland, werd onder vuur genomen.

Alleen met ongekende maatregelen, kon de Europese Unie voorkomen dat een euroland zou stoppen met de betaling van de rente op haar schulden. Andere leden van de EU, zoals Spanje en Portugal, liggen ook onder vuur. Deze landen hebben op te grote voet geleefd; het inkomen is te hoog in vergelijking met de productiviteit van de bevolking.

Dit alles leidt ertoe dat de landen chronisch meer in het buitenland kopen dan ze weten te slijten. Het omgekeerde is waar voor Europese exportkampioenen zoals Duitsland en Nederland.

Bezuiniging

Terecht worden de landen met een chronisch tekort op de lopende rekening gevraagd om op minder grote voet te leven. Tijdelijk zijn de overschotlanden bereid te helpen, maar op afzienbare termijn moeten zij hun eigen broek ophouden. Dit betekent dat er fors gesneden moet worden.

Duitsland heeft recent aangekondigd ook te snijden in sociale voorzieningen en andere overheidsuitgaven om het, relatief beperkte, overheidstekort terug te dringen. Beleidsmakers in andere landen, waaronder het VK en de VS reageren ontzet. Zij wijzen op de fouten die gemaakt zijn in soortgelijke situaties in het verleden.

Voorbeelden zijn te vroeg ingezette bezuinigingen door de Japanse overheid in 1997 en de Amerikaanse in 1937. In beide gevallen werd een pril herstel in de kiem gesmoord en eigenlijk heeft Japan zich tot op de dag van vandaag niet weten te ontworstelen aan deflatie.

Dit kamp vraagt de overschotlanden juist de binnenlandse vraag te stimuleren om daarmee de levensstandaard meer in lijn te brengen met de productiviteit en, en passant, als motor op te treden voor de mondiale economische groei.

Weigering

Duitsland weigert in te gaan op dit verzoek. zij claimen dat bezuinigingen nodig zijn om het vertrouwen te herwinnen van de financiële markten. Dat vertrouwen is echter hoger dan ooit.

Beleggers kopen massaal tienjarige Duitse staatsobligaties en nemen genoegen met een historisch laag rendement van iets meer dan 2,5 procent. De opstelling van de Duitse regering lijkt veeleer ingegeven te zijn uit politiek lijfsbehoud dan door economische logica.

De opstelling van de Duitsers is riskant omdat deze de wereldeconomie in een hernieuwde crisis kan storten waarbij de autoriteiten deze keer geen reserves meer hebben om deze met overheidsmaatregelen te stimuleren.

Het is te hopen dat in het stadion de Duitse opstelling flink uitgefloten wordt en dat Engeland aan het langste eind trekt.

Fred Huibers is partner hij Het Haags Effektenkantoor