Ons land is op de concurrentieranglijst naar een tiende plaats gezakt, maar een ministerie voor publiek-private samenwerking kan Nederland weer in de top brengen.

Door Rob Blaauboer | Logica

Nederland hoort thuis in de top-5 van de meest concurrerende landen, stelt het Innovatieplatform. Alleen zo kan ons land mee in de strijd met de grote landen als de VS, China, Duitsland maar ook met Finland en Denemarken.

Daarvoor zal Nederland echter de keuze moeten maken vóór innovatie. Het is niet voor niets dat Eurocommissaris Neelie Kroes zegt dat Europa alleen via innovatie de VS, China en India kan bijhouden.

Het kabinet moet de moed tonen om een ministerie van Innovatie in te richten; België en Denemarken zijn ons al voor gegaan. Maar innovatie mag niet een zaak voor de overheid alleen zijn. Het bedrijfsleven moet niet alleen de hand ophouden als subsidies worden verdeeld maar moet zelf verantwoording dragen.

Combinatie

Dat ministerie zou gevormd moeten worden door voor de helft ambtenaren van Economische Zaken, Landbouw, Onderwijs en bijvoorbeeld Verkeer en Waterstaat en voor de andere helft medewerkers uit het bedrijfsleven en het hoger onderwijs. Een combinatie van ‘weten hoe het werkt’ en ‘in staat zijn het te laten werken’.

Aan de top komt een minister te staan die in alle werelden zijn of haar weg weet te vinden, bruggen kan slaan en besluiten neemt. Het ministerie moet een vooraanstaande en zelfstandige status krijgen met de bijbehorende budgetverantwoordelijkheid. De minister moet deel uitmaken van het kernteam van de nieuwe minister-president.

Agenda

Voor de minister en zijn medewerkers ligt vanuit het innovatieplatform al een strategieagenda klaar. Die richt zich onder meer op internationalisatie en export, ontwikkeling van een ondernemend klimaat en een innovatieve dienstensector.

Er dient door het gehele kabinet een nieuw fundament neergelegd te worden. Het zou moeten gaan om excellent onderwijs, flexibele arbeidsmarkt met een hoge participatiegraad, superieure weg en ov-basisinfrastructuur en een faciliterende en stimulerende overheid.

Dat zal niet gemakkelijk gaan want alleen al excellent onderwijs is een opgave. En zolang de files blijven groeien zal onze concurrentiekracht niet toenemen.

Niets doen

Er is echter geen keuze, niets doen resulteert in een verslechterde positie omdat andere landen met hetzelfde bezig zijn. Zelfs de VS, de innovatiemotor van de wereld in de laatste 50 jaar, maakt zich zorgen over haar innovatief vermogen en spreekt over een “Innovation Deficit”. Daarnaast zijn China en India in hoog tempo aan het groeien en hun capaciteiten aan het ontwikkelen (van volger naar voorloper).

Voor het nieuwe kabinet moet ‘failure is not an option’ het credo zijn, gecombineerd met flexibiliteit en het vermogen om los te laten. Alle partijen moeten hun heilige huisjes, verworvenheden en breekpunten vergeten, soms verlies je iets, de andere keer win je.

De enige manier is om realistisch te blijven en flexibel: als het model wat je voor ogen hebt niet werkt, probeer dan een alternatief. Met de spreekwoordelijke “bloed, zweet en tranen” wordt het een flinke klus. Maar zeker niet onbereikbaar!

Rob Blaauboer is consultant bij Logica