BRUSSEL - Nederland mag bedrijven verbieden kansspelen via het internet aan te bieden. Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg donderdag bepaald.

De Nederlandse Hoge Raad en de Raad van State hadden het hof gevraagd of de Nederlandse wetten in overeenstemming zijn met het Europese recht.

Volgens het hof kan een verbod op de exploitatie van kansspelen via het internet gerechtvaardigd zijn om fraude en criminaliteit te bestrijden.

Ladbrokes

Aanleiding voor de zaak waren het Britse Ladbrokes en Betfair. Zij bieden in Nederland online kansspelen aan, maar zonder vergunning. De Lotto, die wel een vergunning heeft, stapte naar de rechter om hiertegen op te treden.

Ladbrokes voerde aan dat het een vergunning heeft in Engeland en dus niet opnieuw gecontroleerd zou moeten worden in een ander land. Betfair meende dat de overheid geen alleenrecht mocht geven aan De Lotto. Het Hof verwierp beide redeneringen.

Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) zei blij te zijn met de uitspraak. ''Een fantastische steun in de rug'', verklaarde hij in de marge van EU-beraad in Luxemburg. ''Het is goed dat na zoveel jaren procederen een einde komt aan de onzekerheid.''

Excessen

Hirsch Ballin voegde eraan toe dat hij in principe niets heeft tegen kansspelen, ''maar we moeten kunnen voorkomen dat zich excessen voordoen zoals verslaving, witwassen of overlast.''

Lotto-directeur Veenstra is evenzeer verheugd over de uitspraak: ''Pogingen van buitenlandse commerciële kansspelaanbieders om het Nederlandse stelsel te ondermijnen, zijn door het Hof nu eindelijk een halt toegeroepen''.

Illegaal

De Lotto verwacht dat Nederlandse rechters spoedig de buitenlandse aanbieders in Nederland illegaal zal verklaren.

Het hof oordeelde donderdag dat Nederland best een aleenrecht voor online kansspelen mag toekennen aan een bedrijf waarop de staat een strenge controle kan uitoefenen.

Bij de toekenning van zo'n exclusief exploitatierecht hoeft een land geen oproep te doen om andere partijen ook de kans te geven mee te dingen. Het is uiteindelijk altijd aan een nationale rechter die de afweging moet maken of aan alle voorwaarden is voldaan, aldus het hof.