AMSTERDAM – Werkgevers en vakbonden maakten vorige week bekend dicht bij een akkoord over de verhoging van AOW- en pensioenleeftijd te zijn. Volgens de berichten zou de leeftijd in 2020 naar 66 jaar gaan en in 2025 naar 67.

Ook het leeuwendeel van de politieke partijen is het erover eens: om de oudedagsvoorzieningen betaalbaar te houden, moet de AOW-leeftijd worden verhoogd. Over de precieze invulling hiervan lopen de standpunten echter uiteen.

CDA, PvdA, VVD, D66, ChristenUnie, PvdD en SGP zetten allemaal in op een uiteindelijke verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. PVV en SP willen de AOW-leeftijd handhaven op 65 jaar, terwijl GroenLinks pleit voor een flexibele invulling.

Naast de AOW is ook het pensioenstelsel volgens de meeste partijen toe aan een aantal herzieningen.

AOW

De partijen die de AOW-leeftijd willen opschroeven, willen dit stapsgewijs doen. Zo vindt het CDA dat de leeftijd in 2015 verhoogd moet worden naar 66 jaar en in 2020 vervolgens naar 67 jaar. De PvdA wil pas in 2020 naar 66 jaar, en in 2025 naar 67 jaar.

De VVD ziet er meer in de AOW-leeftijd vanaf 2011 jaarlijks met twee maanden te verhogen, tot in 2023 de 67 jaar bereikt wordt. D66 wil de leeftijd in twaalf jaar tijd opschroeven naar 67 jaar en daarna koppelen aan de stijging van de gezonde levensverwachting van Nederlanders.

GroenLinks stelt voor de AOW-leeftijd koppelen aan het arbeidsverleden en vindt dat werknemers na 45 jaar werken of op hun 67ste AOW moeten krijgen.

Tegenstanders

Voor de PVV vormt de handhaving van de AOW-leeftijd een breekpunt bij de formatie van een kabinet.

Ook volgens de SP moet de huidige AOW-leeftijd gehandhaafd worden. De partij wil wel dat mensen het recht krijgen om na hun 65ste door te werken, met dezelfde rechten en plichten als andere werknemers.

Stoppen met 65

Volgens het naar verluidt op handen zijnde akkoord tussen werkgevers en werknemers zou het ook in de toekomst mogelijk blijven om met 65 jaar te stoppen. Daar zou dan wel een strafkorting tegenover staan.

In de verkiezingsprogramma’s van PvdA, SGP en VVD wordt ook melding gemaakt van de mogelijkheid eerder te stoppen met werken. De PvdA wil het mogelijk maken om de AOW-uitkering een of twee jaar eerder te laten ingaan, met aanpassing van de hoogte van het uitgekeerde bedrag. De SGP hangt een vergelijkbaar idee aan.

De VVD ziet graag een uitzondering voor mensen die er op hun 65ste al 45 dienstjaren op hebben zitten.

Zware beroepen

Een aantal partijen staat stil bij de druk die het verhogen van de AOW-leeftijd legt op mensen met ‘zware beroepen’. De PvdA wil het voor mensen die tot hun 65ste doorwerken mogelijk maken zich op hun 64ste te laten keuren. Als zij ‘versleten’ blijken te zijn, mogen ze eerder stoppen. Ook zet de PvdA in op het voorkomen van het verslijten van werknemers in zware beroepen.

Volgens CDA is het aan de sociale partners om te bepalen welke beroepen als ‘zwaar’ gekarakteriseerd moeten worden en een bijzondere behandeling verdienen.

GroenLinks denkt door de flexibele AOW-leeftijd het probleem van de zware beroepen te ondervangen, omdat laagopgeleiden doorgaans vroeger beginnen met werken in een vaak zwaarder beroep. Zij kunnen dan ook eerder met AOW dan hoogopgeleiden die over het algemeen later beginnen met werken.

Aanvullend pensioen

Ook het aanvullend pensioen wordt gemoderniseerd. Zo zal de fiscale behandeling van de premies voor het aanvullende pensioen aangepast worden aan de hogere AOW-leeftijd.

Daarnaast ligt er een aantal andere voorstellen met betrekking tot pensioenen op tafel. GroenLinks wil pensioenregelingen flexibeler maken, zodat bijvoorbeeld aan het begin van de loopbaan sneller pensioen opgebouwd kan worden. Volgens de ChristenUnie moeten de mogelijkheden van het deeltijdpensioen opgerekt worden.

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie, waarbij economische standpunten van politieke partijen bekeken worden. Vanaf 1 juni komt er elke werkdag een nieuw thema aan bod tot de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni.

Zie ook: dossier Verkiezingen