Conclusies en aanbevelingen commissie De Wit

DEN HAAG - De commissie-De Wit komt in haar rapport Verloren krediet met een reeks van conclusies en aanbevelingen. Een overzicht.

- hoofdrolspelers in de Nederlandse financiële sector zijn weinig kritisch op hun eigen rol

- de oorzaken van de crisis zijn niet weg; een nieuwe nog ernstiger crisis kan daardoor ontstaan

- het spatten van de woningmarktzeepbel was de aanleiding voor de crisis, de oorzaken lagen in het handels- en monetair beleid, bij globalisering en liberalisering en doordat er steeds meer kredieten werden verstrekt waarvan de risico's werden verhandeld

- CPB en DNB hebben ontwikkelingen onvoldoende onderkend en onderschat

- financiële instellingen hebben risico's in het stelsel structureel onderschat en/of niet onderkend

- de druk van aandeelhouders speelde een belangrijke rol

- raden van bestuur hadden moeten ingrijpen, maar negeerden de risico's, al dan niet gestimuleerd door eigen bonussen of aandelenpakketen

- de Code Banken moet worden aangescherpt en mogelijk een wettelijke regeling worden

- het nieuwe beloningsbeleid moet niet alleen gelden voor de top maar ook voor de werknemers op de handelsvloer

- kwaliteit van raad van commissarissen moet versterkt

- cultuur- en gedragsverandering is nodig

- de kapitaaleisen voor banken e.d. waren te laag en moeten omhoog; ook moeten banken een 'stroppenpot' beginnen voor slechte tijden

- de Tweede Kamer is niet actief en niet attent genoeg geweest in de jaren voor de crisis. De Kamer heeft ook te weinig expertise

- er moet binnen elke bank een muur komen tussen de gewone activiteiten (betalen, sparen, lenen) en de de activiteiten voor zakelijke relaties (bemiddeling op de kapitaalmarkt)

- verscherpt toezicht door de overheid moet mogelijk zijn

- het depositogarantiestelsel moet door de banken gefinancierd worden door vantevoren een risicogerelateerde premie te storten

- het gegarandeerde spaartegoed moet omlaag van 100.000 euro in de richting van het oude garantiebedrag van rond de 40.000 euro

- AFM had te weinig oog voor de negatieve effecten van het beloningsbeleid

- voortvarend verdergaan met een Europees toezichtstelsel

- DNB en AFM moeten nauwer gaan samenwerken met de ombudsman financiële diensten (Kifid)

- toezicht en handhaving moet verbeterd

- de aansprakelijkheid van toezichthouders als DNB en AFM moet worden beperkt zodat ze zich minder geremd voelen in hun handelen

- accountants zijn tekortgeschoten en moeten zich verbeteren

- minister van Financiën Wouter Bos had een grotere rol kunnen spelen rond de overname van ABN AMRO, de verantwoordelijkheid verschoof naar DNB. Minister en DNB kozen samen voor een afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor de overname. Bos en DNB hadden het ook anders kunnen aanpakken met een andere uitkomst.

- het was voor DNB juridisch niet mogelijk om het publiek te waarschuwen voor de risico's van sparen bij de IJslandse bank Icesave. DNB had wel nadere voorwaarden kunnen en moeten stellen aan de komst van Icesave. DNB heeft haar bevoegdheden te krap te geïnterpreteerd.

Zie ook: dossier onderzoek kredietcrisis

NUwerk

Tip de redactie