REYKJAVIK - De leiders van IJsland zijn ''extreem onachtzaam'' geweest in de maanden voor de bankencrisis, die de economie van de eilandstaat in een diepe crisis heeft geworpen.

Dat concludeert een onderzoekscommissie van het IJslandse parlement in haar maandag gepresenteerde rapport over de ondergang van de IJslandse bankensector.

Volgens hoofdonderzoeker Paul Hreisson hebben toenmalig premier Geir Haarde en centralebank-president David Oddsson in het voorjaar van 2008 informatie achter gehouden over de dreigende financiële crisis in het land.

Informatie

Zij spraken daarover wel met de ministers van Financiën en Buitenlandse Zaken, maar verstrekten volgens hem geen informatie aan de minister van Bankzaken en andere regeringsfunctionarissen.

Volgens Hreisson heeft de commissie een samenvatting van het onderzoek, met suggesties voor verdere stappen, overhandigd aan de openbare aanklager.

Bankensector

De onderzoekers stellen dat de IJslandse economie ten onder is gegaan aan de enorme groei van de bankensector. De drie grootste banken van het land, Kaupthing, Landsbanki en Glitnir werden tussen 2000 en 2007 twintig keer zo groot.

Hun bezittingen waren in 2007 bijna tien keer meer waard dan de totale omvang van het IJslandse bruto binnenlands product (bbp), de som van alle goederen en diensten die in een jaar in het land geproduceerd worden.