DEN BOSCH - De rechtbank in Den Bosch wil voor eens en voor altijd duidelijk krijgen hoeveel geld de verdachte directeuren Frans O. en John W. van het Helmondse beleggingsbedrijf Easy Life privé hebben gebruikt.

De rechter heeft dat donderdag besloten op verzoek van de advocaten van beide verdachten. Vervolg van de behandeling van de strafzaak tegen het duo is (weer) voor onbepaalde tijd uitgesteld. De verdediging verwacht dat een afronding nog maanden op zich laat wachten.

Opdracht

In een hard oordeel constateerde de rechter dat justitie niet heeft voldaan aan de opdracht die in januari was gegeven. Ongevraagd liet het Openbaar Ministerie door de Belastingdienst een opinie maken over de schuld die de hoofdverdachten aan Easy Life hebben. Het resultaat was een nieuwe berekening die weer anders was dan twee eerdere rapportages.

De rechter oordeelde dat in de opinie het standpunt van de verdachten niet is verwerkt, dat er vragen onbeantwoord blijven en nieuwe vragen zijn opgeroepen. Aan de rechter-commissaris is opgedragen om onafhankelijke accountants te zoeken die een volledig onderzoek kunnen doen.

Justitie herkent zich niet in het beeld dat er geen wederhoor is toegepast in het laatste onderzoek, aldus een woordvoerster in een reactie. Verdachte John W. noemde het nieuwe onderzoek 'volkomen terecht'. Hij verwacht dat zal uitkomen dat hij zelfs nog geld van Easy Life tegoed heeft.

Beleggers

Vier directeuren van Easy Life werden in september 2008 gearresteerd omdat van in totaal 42 miljoen euro van ongeveer 500 beleggers maar 7,5 miljoen was geïnvesteerd. Justitie denkt dat de hoofdverdachten John W. (35) uit Heezen en Frans O. (51) uit Helmond samen een schuld van ongeveer 15 miljoen euro aan Easy Life hebben.

Eerst lag het grootste deel bij John W., maar dat werd later gereduceerd tot 4,5 miljoen euro. De nieuwe cijfers zijn weer anders te interpreteren.

Straf

De cijfers zijn belangrijk voor een eventuele strafmaat. In januari eiste officier Wil van Horen tijdens in totaal zeven lange zittingsdagen onverwacht hoge celstraffen van 3,5 en vier jaar tegen twee medeverdachten, die veel minder profiteerden van de inleg van ruim vierhonderd beleggers. Ook zij moeten wachten op een vonnis.

De hoofdverdachten zaten tot januari ruim zestien maanden in voorarrest, werden toen vrijgelaten en blijven voorwaardelijk vrij.