AMSTERDAM - Nederlandse bedrijven en consumenten hebben het afgelopen jaar ongeveer 7 miljard euro minder aan contant geld opgenomen dan de jaren ervoor het geval was.

De hoeveelheid geld die is opgenomen is na jaren vrijwel gelijk te zijn gebleven vorig jaar ineens ''fors gedaald'' van een kleine 72 miljard euro in 2008 tot ruim 65 miljard euro vorig jaar. Dat blijkt uit het donderdag verschenen jaarverslag van DNB.

De afname is volgens DNB grotendeels toe te schrijven aan een groeiend gebruik van de pinpas. Volgens de centrale bank hebben de campagnes van banken, winkeliers en Currence (de eigenaar van PIN) daaraan bijgedragen.

Pinnen

Deze campagnes zijn vooral gericht op het pinnen van kleine bedragen en klaarblijkelijk met effect. ''Consumenten zijn in 2009 steeds vaker lagere bedragen gaan pinnen'', aldus DNB. Het gemiddelde bedrag per pinbetaling is in zes jaar tijd gedaald van 47 euro in 2002 naar minder dan 40 euro in 2009.

Terwijl de vraag naar geld in Nederland afnam, nam de wereldwijde vraag naar eurobiljetten juist toe. Hierdoor is in 2009 het aantal biljetten in circulatie met 4 procent gestegen naar 13,6 miljard stuks. De waarde daarvan bedroeg 806 miljard euro, 6 procent meer dan een jaar eerder.

De toename is volgens de centrale bank vooral te verklaren door de vraag naar grotere bankbiljetten. ''Mede als gevolg van de spanningen op de financiële markten worden deze coupures in toenemende mate aangehouden als oppotmiddel'', aldus DNB. Ook de lage rentestand in Europa, waardoor sparen minder aantrekkelijk is, draagt bij aan de grotere vraag naar biljetten.

Euromunten

Ook het aantal euromunten in omloop steeg in 2009. In totaal waren wereldwijd 87,5 miljard euromunten in omloop, een toename van 6 procent vergeleken met 2008. De groei kwam voor een belangrijk deel voor rekening van de munten van 1, 2 en 5 eurocent.

In Nederland is 5 eurocent de populairste munt. Daarvan moeten er volgens DNB elk jaar een groot aantal worden bijgeslagen. Finland had juist ''een hoge overtollige voorraad'' aan 5 cent-munten, terwijl de vraag naar muntjes van 2 eurocent daar groot was. Dat resulteerde, na overleg tussen de Finse en Nederlandse autoriteiten, het afgelopen jaar tot ''een voor Europa unieke muntenruil''.

Deze creatieve oplossing leverde beide landen kostenvoordelen op zoals een besparing van ongeveer 120.000 kilo aan staal.