De Warmtewet, bedoeld om warmteafnemers te beschermen, zal in werkelijkheid nieuwe investeringen in duurzame warmteprojecten ontmoedigen.

Door Robert Haffner | PricewaterhouseCoopers

De wet moet consumenten beschermen tegen 'woekertarieven' van warmteleveranciers. Warmtebedrijven worden verplicht te zorgen voor een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke prijzen en voorwaarden en een goede dienstverlening.

De gemiddelde warmteconsument zou er tweehonderd euro per jaar op vooruitgaan. In afwachting van de definitieve uitvoeringsregelingen is de wet nog niet in werking getreden.

Verlies

Intussen wordt steeds duidelijker dat de levering van warmte helemaal niet zo'n winstgevende zaak is. Een groot deel van de warmteprojecten maakt nu verlies en die verliezen nemen alleen maar toe.

Dit ontmoedigt nieuwe investeringen in warmteprojecten, nodig om de duurzaamheidambities waar te maken. Warmteprojecten leveren immers een forse milieuwinst op ten opzichte van traditionele gasgestookte cv-systemen. Afhankelijk van de gekozen techniek kan de CO2-uitstoot twintig tot dertig procent lager liggen.

Rendement

Ik denk dat de uitvoering van de wet op drie belangrijke punten moet worden aangepast. Ten eerste is het van belang dat het gemiddelde rendement van een warmteleverancier wordt gemaximeerd en niet het rendement per project.

Zo kan warmte ook worden geleverd op locaties waar dat duurder is. Wanneer een warmteleverancier 'dure' en 'goedkope' projecten tegen elkaar mag wegstrepen, kan hij toch uit de kosten komen.

Zonnecollectoren

Ten tweede zou voor de kleine warmteleveranciers een vereenvoudigde systematiek moeten gelden. Nederland kent duizenden kleinschalige warmteprojecten, zoals appartementsgebouwen met zonnecollectoren of warmtepompen. Deze kleinschalige leveranciers kunnen moeilijk aan alle eisen van de wet voldoen, laat staan er juridische procedures over voeren.

Vanuit een duurzaamheidperspectief moeten die initiatieven juist aangemoedigd worden. Daarom bepleit ik om voor zevenduizend kleinschalige warmte-initiatieven alleen een maximumprijs vast te leggen. De warmteafnemers betalen dan niet meer dan afnemers met een cv-ketel.

Bonus

Ten slotte adviseer ik het milieuvoordeel van warmtelevering tot uitdrukking te brengen in de prijs. Momenteel maakt het voor een leverancier niet uit of hij gas of warmte levert. Immers, het tarief voor warmte is wettelijk gelijkgesteld aan dat voor gas. De duurzame component komt dus niet in de prijs tot uitdrukking.

Er moet daarom een duurzaamheidbonus komen. Hierbij worden aan energieleveranciers CO2-rechten toegekend die verzilverd kunnen worden op de emissiemarkt. Hoe groter de CO2-besparing, hoe groter het financiële voordeel. Hiermee worden duurzame warmteprojecten gestimuleerd.

Luchtvervuiling

Daarmee zou de cirkel rond zijn. De eerste stadsverwarmingprojecten zijn aan het begin van de vorige eeuw in Nederland gestart juist vanwege het milieuvoordeel. Men wilde met de warmteprojecten een einde maken aan de luchtvervuiling als gevolg van kolenkachels en het gesleep met kolen door de straten.

Maar de Warmtewet betekent in zijn huidige vorm eerder een koude douche voor duurzame warmteprojecten. Door in de uitvoeringsregelingen rekening te houden met het gemiddeld rendement, kleine warmteleveranciers en de juiste prikkels kan de Warmtewet in de praktijk alsnog leiden tot investeringen in duurzame warmteprojecten.

Robert Haffner is werkzaam bij de Strategy & Economics-groep van PricewaterhouseCoopers Advisory.