AMSTERDAM - Maïs en tarwe krijgen concurrentie van genetisch gemodificeerde populieren als biobrandstof. In Vlaanderen zijn de eerste bomen geoogst die kunnen worden omgezet in ethanol, een benzinevervanger voor onder andere auto's.

Volgens projectleider Wim Soetaert leveren de 'genetisch aangepaste' populieren per jaar twee keer zoveel brandstof op als maïs en tarwe. "Als je uitgaat van een volle tank per week, kan je hiermee per hectare twee auto's per jaar van brandstof voorzien", zegt de Vlaamse professor.

Ruimte

De ruimte voor populieren is in dichtbevolkte landen als Nederland en België beperkt, erkent Soetaers. De populierenbrandstof, een zogeheten tweede generatie-biobrandstof die niet concurreert met voedsel, kan daardoor ook geïmporteerd worden, denkt hij. "Maar dat is geen probleem, standaard olie komt hier überhaupt niet uit de grond."

Door het genetisch aanpassen van de populieren worden de celwanden verzwakt, waardoor de houtsnippers sneller en gemakkelijker kunnen worden omgezet naar bio-ethanol. Het aanplanten van het gengewas had, onder invloed van milieuorganisaties als Greenpeace, nogal wat voeten in de aarde.

Achterstand

"We hebben tien jaar achterstand opgelopen", zegt Soetaert. Nadat het bedrijf Bio Base Europe, een samenwerking tussen het Nederlandse Biopark Terneuzen en Ghent Bio-Energy Valley, had gedreigd naar Nederland uit te wijken, ging het Belgische Ministerie van Landbouw toch akkoord.

Soetaert, zelf hoogleraar bij het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, verwacht dat de populierenbrandstof binnen vijf jaar op markt komt in de vorm van de brandstof E5.