De Nederlandse ex-profvoetballers en sportmarketeers Mike Mossel en Erik Tammer hebben in de VS (Dayton, Ohio) onlangs een voetbalclub en -internaat opgezet. Voetballers als Oscar Moens, Geert den Ouden en Hans van de Haar zetten al hun handtekening.

Idealize voelde de twee oprichters aan de tand. Wat maakt Dutch Lions FC interessant voor Amerikaanse voetballers, en wat is het businessmodel van hun bedrijf?

Het voetbalinstituut Dutch Lions Capital Group moet voor jonge Amerikanen het pad effenen naar professioneel voetbal. Een eerste team met bekende Nederlandse profs, dat in de Amerikaanse derde divisie gaat spelen, vervult ondertussen een rol als uithangbord van de club.

Waarom is Dutch Lions interessant voor de VS?
Mike Mossel: “In de VS beginnen ze pas net te beseffen wat voor business er achter de voetbalwereld verscholen zit. De laatste jaren worden er Amerikaanse spelers aan Engelse en Italiaanse topclubs verkocht, en ze zien dat dit serieus geld kan opleveren. Maar naar verhouding is dat veel te weinig: er lopen maar liefst 18 miljoen voetballers rond in de VS, waarvan tachtig procent uit jeugdspelers bestaat. Meer dan een miljoen van die voetballertjes spelen in Ohio.

Tactisch

Erik Tammer: “Ergens gaat het mis, en dat is tijdens de opleiding. We zijn op bezoek geweest bij een voetbalclub, waarvan ze zeggen dat het eenn van de betere accommodaties is, terwijl het gras er veel te hoog staat. Ze hebben daar, denken ze, goede coaches: maar het zijn eerste-generatie trainers die vroeger zelf nooit gevoetbald hebben.

Spelertjes moeten ontzettend bewust gemaakt worden van tactiek. Ze kijken alleen naar de man, in plaats van naar de ruimte. Voor de regio waar wij beginnen, in Ohio, zegt het genoeg dat er hier geen één speler in de nationale Amerikaanse jeugdteams speelt.”

Hollandse school

Mike Mossel: “Wij gaan de juiste opleiding faciliteren. En daarbij gebruiken we de Hollandse school en het eerste team van Dayton Dutch Lions FC als merk. Wij denken dat Nederlanders het verschil kunnen maken. Ouders die bij onze club op bezoek komen, moeten elkaar aankijken en het gevoel hebben: ‘dit is zo professioneel wat hier gebeurt, daar wil ik deel van uit gaan maken’.

Dat het iets duurder is dan een lidmaatschap bij een gemiddelde Amerikaanse voetbalclub, maakt dan niet uit, want hier kan mijn zoon later makkelijk zijn studiebeurs mee binnenhalen. En dat gevoel zullen ze ook sneller hebben, omdat wij als Dutch Lions de spelertjes zelf aanwijzen. Niet iedereen kan bij ons een opleiding krijgen.”

Wereld om het voetbal

Erik Tammer: “We bieden hen ook een wereld om het voetbal heen, die ze nooit eerder hebben gezien. In Amerika, het is echt waar, kennen ze geen voetbalkantine en een fenomeen als ‘het eerste elftal’. Wij gaan ze een mooie accommodatie aanbieden, waar van alles te doen is.

En we spelen op vaste dagen: zeven van onze acht thuiswedstrijden staan gepland op de zaterdag. Slechts twee andere ploegen in onze poule doen dat ook, en je ziet dat ze meer publiek trekken dan de rest.”

'Happening'

Mike Mossel: “We zorgen voor een hoop publiciteit rondom de eerste wedstrijd van Dayton Dutch Lions FC tegen Global United FC. Een duel dat niet alleen het voetbalpubliek aanspreekt, maar ook de lokale gemeenschap. Global United FC is een team met ex-wereldsterren, dat aandacht vraagt voor het milieu.

Bedrijven kunnen eerder op de dag op ons terrein een golfclinic volgen, er komt een avonddiner waar de pers ook bij mag zijn en voorafgaand aan de wedstrijd kunnen scholen ook workshops volgen over environmental issues.

Als het publiek daar dan zit en ze vinden de show geweldig, dan weet je van Amerikanen dat ze terugkomen. Tel daar de roadshows en clinics die de spelers van het eerste team in Ohio gaan verzorgen, bij op.

Hoe is Dutch Lions ontstaan?
Erik Tammer: “Samen hebben we een paar jaar lang Nederlandse studenten naar Amerika gebracht om een scholarship te volgen. Twee jaar terug in het vliegtuig, van Amerika naar Nederland, zeiden we tegen elkaar: ‘Ze doen hier iets fundamenteels fout terwijl er zoveel potentie is. We gaan het zelf doen.’ We zagen zo ongekend veel mogelijkheden.”

Gat in de markt

Mike Mossel: “Als eerste hebben we twee Amerikanen in ons projectteam aangenomen, die samen met ons de markt zijn gaan identificeren. Want wat wij normaal vinden, hoeft daar immers niet normaal te zijn. Aan het begin dachten ik en Erik eraan om in Cincinatti te beginnen, waar ik zelf vier jaar heb gespeeld. Maar daar blijk je een aantal sterke clubs te hebben, die het ons erg lastig kunnen maken. Sommige Amerikanen kunnen wat dat betreft ‘snakes’ zijn. Ze lachen hartelijk met je mee, maar achter je rug ‘pats’.

Toen zeiden we tegen elkaar: laten we in Dayton beginnen, wat 45 minuten ten noorden van Cincinatti ligt. Daar heb je een paar aardige clubs en een grote schare voetballiefhebbers, maar er steken niet echt clubs boven uit qua professionaliteit.

In de fik

Erik Tammer: “Ook moesten we natuurlijk mensen enthousiast maken om dit op poten te zetten. Het helpt dat wij beide ex-profvoetballers zijn, want in de Verenigde Staten wordt elke profsporter op een voetstuk gezet. Toen Mike zei dat ik ooit bij Ajax heb gespeeld, hadden ze ineens alleen oog voor mij. Ook al had ie in de fik gestaan. Verder hebben we een bidbook gemaakt voor investeerders aangezien ons bedrijf, de Dutch Lions Capital Group BV, bestaat uit aandeelhouders.

Daarin staat onze begroting, wat we kosten, wat voor kansen we zien, en hoe en wanneer ze hun investering terug verdiend zien. Inmiddels hebben we 7 aandeelhouders en is er nog 27 procent te koop.”

Uithangbord

“We waren het er al over eens dat het eerste elftal ons uithangbord moeten worden. Dus zijn we spelers binnen gaan halen, die passen bij dat concept. Voetballers die begrijpen dat ze niet alleen om de titel komen strijden, maar ook een product zijn. Ze spelen niet alleen veel wedstrijden, ze worden ook betrokken bij de opleiding, de clinics en andere omringende zaken.

Verder wilden we een mix: ervaren leiderstypes, spelers die daar tussen zitten, en wat jongere spelers. Dat resulteerde tot nu toe in spelers als Oscar Moens, Geert den Ouden, Iwar van Dinteren, Julius Wille, Hans van de Haar, Bruce Godvliet, Bas Ent, Johan Wigger en Sonny Silooy als trainer. Daarnaast hebben we ook al zeven Amerikaanse profs aangetrokken.”

Sponsors

Mike Mossel: “Onze spelerskleding wordt geleverd door Under Armour, een marktleider in Amerika in de verkoop van American Football-kleding en nummer drie op voetbalgebied. We hadden ook met Nike zaken kunnen doen, maar de ambities van Under Armour vonden we beter passen bij onze jonge bedrijf. Verder hebben we een reeks Nederlandse sponsors. ScoutForAll is van Rob Daamen, een oud-sponsor van ADO Den Haag, die de markt in de VS wil betreden.

Hetzelfde geldt voor Tailor & Co, dat zich in Chicago wil vestigen en de Italiaanse maatkostuums heeft geleverd in samenwerking met Manon Meijers Styling. Ook Quick en Hummel wilden al snel iets met ons doen, maar dat hebben we voorlopig uitgesteld.”

Wat is het bedrijfsmodel?
Mike Mossel: “Naast sponsors zijn twee andere geldstromen erg belangrijk. Ten eerste het lidmaatschapsgeld. In de Verenigde Staten is het normaal om tussen de duizend (Ohio, red.) en de drieduizend dollar (Texas, red.) aan het lidmaatschapsgeld te vragen voor een jeugdspeler. Wij kunnen vijfhonderd à duizend dollar meer vragen, omdat bij ons de kans dat je kind een college scholarship met zijn of haar sport verdient, vele malen groter is.

Als je dan een flink aantal leden binnenhaalt, kan er dus al makkelijk meer dan een miljoen dollar alleen uit ledeninkomsten binnen komen stromen.”

Spelersverkoop

“Ten tweede gaan we de spelers die we opleiden, verkopen. Dat kan op verschillende niveaus. Ze kunnen, als ze echt goed zijn, overstappen naar een Europese competitie. Een andere optie is dat we spelers doorverkopen aan Amerikaanse profclubs.

Wij hebben met Columbus Crew een samenwerking opgezet waarbij talenten op 15-jarige leeftijd gestald kunnen worden, omdat Amerikanen pas op 18 jarige leeftijd naar Europa over kunnen stappen. Mochten de spelers nou net iets minder zijn, dan kunnen ze altijd nog op een lager niveau gaan spelen.”

Wat zijn jullie doelstellingen?
Erik Tammer: “Het eerste elftal moet natuurlijk kampioen worden. Als iedereen fit blijft, dan moet dat mogelijk zijn. Verder willen we ons voor de nationale beker kwalificeren. Op opleidingsniveau vinden we dat we aan het einde van dit jaar zes jeugdteams moeten hebben. Op financieel vlak willen we het eerste jaar zo’n één miljoen dollar binnenhalen, om vervolgens door te groeien naar twee miljoen dollar omzet in 2012.”

Kopiëren

Mike Mossel: “Parallel aan het seizoen zal onder meer FC Twente ons helpen met het opzetten van de academie, en hoe we het gaan branden richting de ouders toe. Maar we zien Dayton slechts als een klein stapje binnen het einddoel: uiteindelijk willen we het concept van Ohio kopiëren naar andere regio’s waar veel jeugdvoetballers rondlopen, zoals Texas, Illinois en New Jersey, waardoor je 70 procent van het land gedekt hebt.

We hebben ook al iemand aangenomen, die kijkt in welke plaatsen we het beste onze volgende stap kunnen maken. Erik en ik hebben onszelf voor lange tijd aan dit avontuur verbonden.”