AMSTERDAM - De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft Fortis vier boetes opgelegd voor marktmanipulatie en het niet tijdig melden van koersgevoelige informatie. Dat maakte de AFM woensdag bekend.

In totaal legde de AFM het financiële concern vorige maand voor 576.000 euro boetes op. Het gaat om twee boetes van 144.000 euro voor marktmanipulatie en twee van 144.000 euro voor het niet op tijd publiceren van koersgevoelige informatie.

De boetes hebben betrekking op de periode voor de splitsing van Fortis, waarin de bank en verzekeraar probeerde ABN Amro over te nemen. Fortis stelde de verhouding tussen zijn schulden en het eigen vermogen in juni 2008 te rooskleurig voor.

Om een overname te realiseren moest Fortis maatregelen nemen. ''Het uitvoeren van verplichte dan wel noodzakelijke maatregelen had een negatieve invloed op het kunnen behalen van de solvabiliteitsdoelstellingen. Binnen dit kader heeft de AFM twee overtredingen geconstateerd.''

Bericht

De aanleiding voor de boete wegens het niet op tijd publiceren van koersgevoelige informatie was een bericht in De Financiële Telegraaf in diezelfde maand, waarin gemeld werd dat Deutsche Bank als enige kandidaat-koper zeer hoge eisen stelde bij de door de Europese Commissie verplichte verkoop van zakenbankonderdelen van ABN Amro.

In het artikel werd ook aangegeven dat Fortis er zoveel geld op zou moeten toeleggen, dat de financiële doelstellingen voor 2008 en later niet gehaald zouden worden als Fortis het bod van Deutsche Bank zou accepteren. Die informatie was "in essentie juist", aldus de AFM

Verdeeld

De vier boetes worden verdeeld over het inmiddels opgesplitste concern. Het in Nederland gevestigde Fortis en het in België gevestigde Fortis krijgen allebei twee boetes opgelegd.

Fortis wilde in 2007 samen met Banco Santander en Royal Bank of Scotland ABN Amro overnemen. Door het uitbreken van de kredietcrisis was de overname voor Fortis een te zware last.

Uiteindelijk werd de Belgisch-Nederlandse bank en verzekeraar opgesplitst, waarbij delen in handen kwamen van de Nederlandse overheid en de Belgische staat.