DEN HAAG - Telecomwaakhond Opta wil bedrijven die een boete krijgen met naam noemen en vraagt daarover een principiële uitspraak van de rechter.

"Dat is niet alleen voor ons, maar voor alle toezichthouders van belang. Van het noemen van een naam gaat een belangrijke preventieve werking uit naar het publiek", aldus een Opta-voorlichtster.

OPTA stapt naar de Raad van State, nadat de rechtbank in Amsterdam had bepaald dat de naam van een beboet bedrijf pas mag worden genoemd, als duidelijk is dat het bedrijf niet in beroep gaat. Als een bedrijf dat wel doet, moet de toezichthouder wachten tot uitspraak is gedaan.

Aanleiding was een boete van 1 miljoen euro die de OPTA in 2007 oplegde aan een aantal bedrijven omdat zij ongewenste software (spyware) hadden verspreid op meer dan 22 miljoen computers. De betrokken bedrijven, opererend onder naam DollarRevenue, gingen tegen het publiceren van hun naam in beroep.

Schade

De rechtbank stelt dat publicatie van een naam kan leiden tot onherstelbare schade voor een bedrijf en dat Opta daarmee kan wachten tot een rechter uitspraak heeft gedaan. "Juridische procedures kunnen echter jaren duren", stelt de voorlichtster.

Tot de uitspraak van de rechter handhaaft de telecomwaakhond het huidige beleid.

AFM

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) maakt de naam van beboette bedrijven wel bekend, maar werkt op basis van andere wetgeving, zo meldt een woordvoerster.

"Bij lichte boetes publiceren we de naam pas als alle bezwaren afgehandeld zijn. Bij zware overtredingen krijgt de beboette partij vijf dagen om bezwaar te maken, waarna we tot publicatie overgaan", aldus de zegsvrouw.