De kracht van het Nederlandse pensioenstelsel was altijd dat er zekerheid kon worden gegeven over de pensioenuitkering na beëindiging van de actieve maatschappelijke carrière.

Door Martin Mastenbroek | Het Haags Effektenkantoor

Er mocht gerekend worden op een uitkering van zeventig procent van het gemiddelde, of laatst verdiende loon. Het lijkt er nu sterk op dat deze zekerheid tot het verleden gaat behoren.

Door de daling van de wereldwijde financiële markten zagen pensioenfondsen hun spaarpotten stevig slinken. Tegelijkertijd is de herstelkracht van de fondsen sterk aan het afnemen doordat het aantal actieve inleggers relatief afneemt ten opzichte van een groeiend aantal pensioengerechtigden van de babyboom generatie.

Daarnaast stijgt door de toename van het welvaartsniveau de levensverwachting, wat leidt tot langere betalingsverplichtingen. De inkomsten uit de betaalde premies zijn door deze factoren niet langer toereikend om een vaste pensioenuitkering van zeventig procent van het loon te garanderen.

Commissie Goudswaard

De commissie Goudswaard die in opdracht van minister Donner de houdbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel onder de loep heeft genomen, maakte vorige week bekend dat de premies in vijftien jaar tijd met 30 procent zullen moeten stijgen om het huidige niveau van pensioenuitkeringen te handhaven.

Aangezien de premies voor pensioenen, zowel de AOW als aanvullende pensioenen, momenteel reeds 30 procent van het totale jaarloon in beslag nemen, zal een verdere stijging van de premies hoogstwaarschijnlijk op verzet stuiten van de werkgevers- en werknemersorganisaties. Als de pensioenpremies niet verder kunnen stijgen zijn draconische maatregelen nodig om het stelsel betaalbaar te houden.

Pensioen omlaag of meer risico lopen

De commissie pleit ervoor om de pensioenambitie van 70 procent van het loon te verlagen en de pensioengerechtigde leeftijd te koppelen aan de levensverwachting en de AOW-leeftijd.

Deze aanpassingen aan het stelsel geven een bepaalde mate van zekerheid aan de deelnemers in pensioenfondsen, maar het zal een forse versobering betekenen. Er zal een lager pensioen worden ontvangen, terwijl de betaling pas op het 67ste levensjaar ingaat.

Alleen wanneer deelnemers van pensioenfondsen bereidt zijn om meer risico’s aan te gaan met hun pensioenopbouw, zouden de huidige pensioenambities op peil gehouden kunnen worden. De uiteindelijke uitkeringen zullend dan zeer afhankelijk zijn van het werkelijke beleggingsresultaat. Bij hoge rendementen leidt dat tot hoge pensioenuitkeringen, maar bij slechte beleggingsresultaten zullen de uitkeringen sober zijn.

Individueel pensioen

De huidige ‘one size fits all’ benadering van het toegepaste beleggingsbeleid door pensioenfondsen laat geen ruimte voor diversificatie in het risico dat deelnemers bereid zijn te lopen.

Een logische vervolgstap op de geschetste maatregel, waarbij de pensioenontvangsten direct afhangen van het beleggingsresultaat, zou het individualiseren van het pensioen zijn.

Een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd bijna heeft bereikt zal zijn opgebouwde potje liever risicoloos wegzetten tegen een beperkte rente. Dat terwijl een jong persoon bij tegenvallende resultaten altijd nog kan besluiten om zijn uitgavenpatroon te wijzigen of een jaartje langer door te gaan met werken.

Solidariteitsprincipe

Met de individualisering van pensioenen zou naast de zekerheid van het pensioen ook een tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel verdwijnen, het solidariteitsprincipe waarbij tegenvallende resultaten voor zowel inleggers als pensioengerechtigden doorwerkt in de uiteindelijke pensioenaanspraak.

Het eens tot de beste van de wereld gerekende Nederlandse pensioenstelsel staat aan de vooravond van ingrijpende maatregelen om de houdbaarheid van het systeem te garanderen.

Ook wanneer de maatregelen worden doorgezet blijft het een voorrecht om een Nederlands pensioen te mogen ontvangen. Per slot van rekening is het pensioenstelsel in vrijwel alle Europese lidstaten slechter geregeld. Voor een voorbeeld hoeven we niet ver over de grens te kijken, België bijvoorbeeld heeft al jarenlang de laagste pensioenuitkeringen van Europa.