AMSTERDAM - De overnameprijs voor ABN Amro, dat in 2007 door een drietal banken werd overgenomen en opgeknipt, was 'bizar' hoog. Dat zei voormalig topman Rijkman Groenink woensdag tegenover de Commissie de Wit die de kredietcrisis onderzoekt.

"Dat er een consortium kwam met een bizar hoog bod, dat ook nog publiekelijk aankondigde ABN Amro op te willen knippen, dat is een bizarheid, een overantwoordelijkheid die ik mij niet kon voorstellen", aldus Groenink, die zelf 26 miljoen euro overhield aan de overname.

Groenink zegt zijn twijfels aan toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) te hebben gemeld. "Op grond van ons eigen onderzoek was het evident dat de overname enorme risico's met zich meebracht."

Zorgen

De top van ABN Amro maakte zich 'grote zorgen' over de financiële positie van de partners. Vooral Fortis moet het ontgelden. "Wij vonden dat Fortis niet kapitaalkrachtig genoeg was”, aldus Groenink

"Ze [DNB en Ministerie van Financiën, red.] hadden tegen de leider van het consortium moeten zeggen dat een overname op grond van hun analyse op prudentiële gronden onaanvaardbaar was. Fortis werd niet geacht sterk genoeg te zijn. Ik heb dat ook gemeld'', stelde Groenink.

Groenink zei te weten dat in andere landen ook wel eens banken zijn geweest die voorbereidende gesprekken voerden over een internationale overname. ''Maar dat werd gewoon geweigerd'', aldus Groenink.

Wel vindt hij dat DNB en het Ministerie van Financiën 'naar eer en geweten' hebben gehandeld. "Ze hebben altijd met een open oor geluisterd naar onze argumenten", zei Groenink.

Als ABN Amro zijn zin had gehad en in zee was gegaan met Barclays, dan had de staat geen 30 miljard euro staatssteun hoeven uit te trekken om de combinatie Fortis/ABN Amro te redden, zo stelt de voormalige topman.

Informeel

Groenink zei tegenover de commissie te hebben gehoopt dat De Nederlandsche Bank vooraf informeel tegen de Royal Bank of Scotland zou zeggen dat DNB de overname van ABN nooit goed zou keuren. RBS leidde in 2007 het consortium dat ABN Amro overnam.

Groenink zegt echter van zijn raad van commissarissen geen toestemming te hebben gekregen om actief te lobbyen bij DNB en Minister Bos van Financiën. Volgens hem waren de commissarissen meer bezig met het dienen van de belangen van aandeelhouders.

''In ons land ontwikkelde zich een klimaat dat er zich een scheiding voordeed tussen de verantwoordelijkheden van de raad van bestuur en de raad van commissarissen. Er ontstond de figuur dat de commissarissen zich meer de verantwoordelijkheid aantrokken van de aandeelhouders. En die waren gediend bij twee biedingen.''

Aftreden

De ex-bankier komt tot de conclusie dat hij in het voorjaar van 2007 had moeten aftreden. "Maar ik dacht, ik blijf erbij. Een kapitein verlaat het schip als laatste. Ik wilde het zo goed mogelijk overdragen."

"Ik betreur tot op de dag van vandaag dat de bank verdwenen is, en dat we er in dit land met z'n allen niet in geslaagd zijn om de bank te behouden."