AMSTERDAM - Familiebedrijven vormen de ruggengraat van de economie. Ze zijn samen goed voor 53 procent van het Nederlandse bruto nationaal product, doorstaan de recessie beter dan niet-familiebedrijven en zijn winstgevender.

Daar staat tegenover dat ze geplaagd worden door opvolgingsproblemen. "Familiebedrijven krimpen minder in recessies", stelt Roberto Flören, hoogleraar familiebedrijven aan Nyenrode Universiteit. "Dat komt onder meer door binding, de directeur zit er voor langere tijd en bedrijf en eigendom lopen in elkaar over. Bovendien zijn dergelijke bedrijven verankerd in de regio."

Wat ook helpt, is dat familiebedrijven in tegenstelling tot beursgenoteerde ondernemingen niet gericht zijn op koerswinst en bonussen. "Ze houden de lange termijn meer in het oog, de eigenaren zijn immers aandeelhouders en geen 'aandeelhandelaren', zoals bij beursbedrijven het geval is", aldus Flören.

Loyaal

Familiebedrijven gaan uiterst loyaal met hun personeel om. "Ze houden hun medewerkers in recessietijd langer vast. Daar schuilt echter ook een gevaar in, omdat ze door hun hoge mate van loyaliteit soms geneigd zijn hun personeel te lang binnen te houden", meent de hoogleraar.

"Zoals Johan Cruijff al zei: 'Elk voordeel heb zijn nadeel'. Dat geldt niet alleen voor de loyaliteit, maar ook voor bankleningen. Familiebedrijven maken daar minder gebruik van omdat ze liever uit hun eigen vermogen putten. Hierdoor lopen ze echter wel het hefboomeffect mis dat hieraan verbonden is."

Werkgelegenheid

Ruim tweederde (69 procent) van de Nederlandse bedrijven met personeel is een familiebedrijf. Ze bieden werk aan 4,3 miljoen mensen en leveren daarmee bijna de helft van de werkgelegenheid.

Typische kenmerken van familiebedrijven vormen de gerichtheid op continuïteit, de passie, het 'ware ondernemerschap' en een snelle besluitvorming. Maar ook het management, dat soms minder ontwikkeld is, omdat het uit de eigen gelederen moet komen.

Opvolging

Vroeg of laat lopen familiebedrijven tegen de opvolgingskwestie aan. "De eerste stap is dat de directeuren moeten beseffen dat ze zich moeten laten opvolgen. Ze moeten het idee loslaten dat ze onmisbaar zijn. Of het nu goed of slecht gaat met de economie, ze hebben altijd wel een excuus paraat om het bedrijf 'niet in de steek te laten'", licht Flören toe.

Dat die zorg niet onterecht is, wijzen de cijfers uit. Minstens 10 procent van de familiebedrijven gaat op de fles door verkeerde opvolging of door fouten in de planning hiervan.

In de praktijk kost het vaak vijf tot zeven jaar om de opvolging goed te regelen, maar dit wordt vaak onderschat. Hierdoor komen familiebedrijven in tijdnood. "Bovendien wil 90 procent de opvolging binnen de familie regelen", vult Flören aan. "In de realiteit lukt dit kleinere bedrijven slechts in een derde van de gevallen, voor grotere bedrijven geldt dat de helft het directeurschap binnen de familie weet te houden."

Harmonie

Het gaat dan ook wel eens mis, vooral als de ondernemer plotseling wegvalt door ziekte of overlijden. Flören: "In het ergste geval gaat een bedrijf failliet, maar ook verstoring van de harmonie binnen de familie ligt op de loer. Of het missen van kansen."

"Soms voldoet de opvolger niet, zoals bij V&D." Jarenlang stond Anton Dreesman aan het roer van de warenhuisketen, om in 1988 het stokje door te geven aan Arie van der Zwan. Dreesman bleef echter als vicevoorzitter van de raad van commissarissen betrokken bij het bedrijf. Vanwege meningsverschillen tussen de twee over een saneringsplan verdween Van der Zwan al snel weer van het toneel.

Nichemarkt

Hoewel de gemiddelde levensduur van een familiebedrijf zo'n 24 jaar bedraagt, is er ook een aantal dat al eeuwen meegaat.

De tien oudste van Nederland hebben volgens Flören gemeen dat ze hun aandeelhoudersgroep niet te veel laten uitdijen en hun product actueel houden. Daarnaast zijn ze vaak actief op een nichemarkt, hebben een goede bedrijfscultuur en betrokken eigenaren. Succesvolle familiebedrijven houden bovendien hun eigen vermogen binnen.

Dat laatste is erg handig gezien de stevige weerstand die familiebedrijven over het algemeen hebben tegen de beurs. "Ze zullen nog eerder in zee gaan met private equity, zoals Van Oord en Joh. Enschedé hebben gedaan. Familiebedrijven zijn nu eenmaal meer op continuïteit gericht dan op winst. Ze zijn op de lange termijn ook meer winstgevend", zegt Flören.

NUzakelijk fileert de komende maanden een aantal pareltjes onder de familiebedrijven. Lees volgende week hoe dierenpark Burgers' Zoo reilt en zeilt.