DEN HAAG - De manier waarop Nederland toeliet dat ABN Amro werd overgenomen en opgedeeld, zou zich in bepaalde andere landen nooit hebben voorgedaan. De Nederlandsche Bank (DNB) en het ministerie van Financiën valt te verwijten dat het toch is gebeurd.

Dat zei Aarnout Loudon, voorzitter van de raad van commissarissen bij ABN Amro van 1996 tot 2006, tegen de commissie-De Wit.

Deze parlementaire commissie doet onderzoek naar de kredietcris. Dat het consortium dat ABN Amro uiteindelijk overnam van DNB een zogenoemde verklaring van geen bezwaar kreeg, is in de ogen van Loudon onbegrijpelijk.

Geschrokken

Loudon vermoedt dat DNB-president Nout Wellink en minister Wouter Bos van Financiën geschrokken waren van de reactie vanuit de Europese Commissie op signalen dat Nederland de overname wellicht te riskant vond. ''Ze werden keihard teruggeblazen door die Ier, McCreevy (Europees commissaris voor de interne markt). Maar het was natuurlijk levensgevaarlijk om de bank op te splitsen.''

ABN Amro was te belangrijk voor Nederland om het te laten opsplitsen, aldus Loudon. Hij sloot zich daarmee aan bij een betoog dat voormalig topman Jan Kalff eerder op de dag hield.

Overleg

Beide voormalige topbestuurders waren overigens tijdens de overnamestrijd niet meer actief voor ABN Amro.

Loudon zei echter wel van mensen die dicht in de buurt zaten van het proces te hebben gehoord dat er ''onvoldoende overleg'' was tussen de raad van bestuur van ABN Amro, het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank. Ook vond hij dat premier Jan Peter Balkenende zich meer met de kwestie had moeten bemoeien.

Particulieren

Dat ABN Amro uiteindelijk een prooi werd, was volgens Loudon terug te voeren op 2000. De bank maakte toen de strategische keuze om zich vooral te richten op particulieren en de grote zakelijke klanten en niet op zakenbankieren.

Daarna is gebleken dat de kosten bij het bankieren voor grote zakelijke klanten te hoog bleven, waardoor de bank geen mooie winsten kon presenteren. Loudon erkende dat zijn raad van commissarissen daarbij niet hard genoeg heeft ingegrepen.

Loudon was het niet eens met een opmerking van ABN-commissaris Trude Maas-De Brouwer dat de commissarissen bij de bank te veel 'toezichtkijker' waren in plaats van toezichthouder. ''Dat is voor haar rekening'', zo zei hij. Wel erkende hij dat de raad zich soms meer pro-actief had moeten opstellen. ''Maar in vergelijking met anderen kwamen we er niet zo slecht vanaf.''

Zie ook: dossier onderzoek kredietcrisis