Veel gemeenten en andere lokale overheden overwegen de oprichting van een duurzaam lokaal energiebedrijf. Dit vergt per definitie maatwerk.

Door Hein Grafhorst | PricewaterhouseCoopers

De rijksoverheid heeft een klimaatdoelstelling van 30 procent CO2-reductie in 2020 ten opzichte van 1990, wat heeft geleid tot veel lokale en regionale klimaatinitiatieven. Om hun eigen doelstellingen te bereiken, overwegen veel gemeenten nu de oprichting van een eigen lokaal duurzaam-energiebedrijf. Dat kan verschillende vormen aannemen.

Soms gaat het om bedrijven die daadwerkelijk energie opwekken en distribueren. Denk aan wijken waar aardwarmte wordt gebruikt of waar warmte-koudeopslag plaatsvindt. Het komt ook voor dat het lokale duurzame-energiebedrijf een stimulerende en faciliterende rol heeft. Dan heeft het bijvoorbeeld de functie van kenniscentrum waar derden terecht kunnen voor zaken als voorlichting en het aanvragen van leningen, vergunningen en subsidies. Ontzorgen is in deze gevallen het credo.

Lokaal gekleurd
Er zijn verschillende gemeenten, waaronder Rotterdam, Den Haag, Veenendaal, Woerden en Texel, die al een lokaal energiebedrijf kennen. Gedachtevorming hierover vindt momenteel in bijna elke gemeente in Nederland plaats. Een voor de hand liggende vraag is waarom de lokale, regionale of provinciale overheden niet aankloppen bij de gevestigde grote energiereuzen als het gaat om het opwekken of stimuleren van duurzame energie.

Het antwoord is eenvoudig: de lokale energiebedrijven hebben maar één oogmerk, en dat is het bijdragen aan duurzaamheid. Voor de Nuons en Essents van deze wereld is het bijdragen aan duurzaamheid wel belangrijk, maar is het niet hun bestaansrecht. Bovendien opereren ze op een veel grotere schaal. Gemeenten en andere overheden willen niet opgaan in de massa, maar juist een herkenbaar, eigen, lokaal gekleurd klimaatbeleid voeren voor haar burgers.

Geen doel op zich
Een eigen lokaal energiebedrijf is niet een doel op zich. Het is, net als bijvoorbeeld het verstrekken van subsidies of het geven van adequate voorlichting, een instrument om bepaalde milieudoelstellingen te bereiken. Elke gemeente moet heel goed bekijken hoe haar ambities op de meest effectieve en efficiënte wijze gerealiseerd kunnen worden.

Er is niet één antwoord, maar er is hier altijd sprake van maatwerk. Er zijn gemeenten die windmolens willen plaatsen om duurzame energie op te wekken. Maar als je een beetje zoden aan de dijk wilt zetten, heb je er misschien wel honderden nodig.

Ruimteprobleem
Dat betekent enorme investeringen en een ruimteprobleem. Deze gemeenten moeten, om hun doelstellingen te realiseren, allianties sluiten met derden, bijvoorbeeld met andere gemeenten, met het private bedrijfsleven of woningcorporaties. Aan deze samenwerkingsverbanden kleven weer ontzettend veel juridische, organisatorisch, financiële en fiscale aspecten.

Een lokaal duurzaam energiebedrijf kan dan en aanjaagfunctie hebben maar wellicht kunnen de doelstellingen ook op een andere manier gerealiseerd worden. Een beter milieu begint met goede doelstellingen, niet per se met nieuwe instituties.

Hein Grafhorst is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers en gespecialiseerd in duurzame-energievraagstukken.