AMSTERDAM - Oud-topman Ad Veenhof hoeft niet te rekenen op de door hem geëiste vertrekvergoeding van 1,2 miljoen euro. De rechtbank in Amsterdam bepaalde dinsdag dat hij 'slechts' recht heeft op een ontslagvergoeding van bijna 560 duizend euro.

Wessanen noemde de eis van Veenhof onbehoorlijk, aangezien hij zich volgens het bedrijf misdragen had. De rechtbank kent Veenhof nu een jaarsalaris toe, een standaardprocedure bij ontslag. Dat ontslag gaat officieel in op 1 januari 2010, terwijl Veenhof 1 oktober van dat jaar had geëist.

Oncollegiaal
Het voedingsmiddelenconcern droeg Veenhof in februari op om zijn functie neer te leggen wegens een 'oncollegiale' manier van werken, maar de topman ging daar niet mee akkoord. Op de aandeelhoudersvergadering in september werd vervolgens besloten de rechtbank om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst te verzoeken.

De rechter vindt dat, nu zowel de aandeelhouders als de raad van commissarissen geen vertrouwen meer hebben in Veenhof, de positie van de voormalige topman onhoudbaar is geworden.

Breuk
Als het aan Wessanen had gelegen, had Veenhof met nog minder geld genoegen moeten nemen. Maar de rechter komt tot de slotsom dat de vertrouwensbreuk niet alleen door Veenhof is veroorzaakt, ook het bedrijf heeft steken laten vallen.

Zo waren de tegenvallende bedrijfsresultaten niet alleen, zoals Wessanen claimt, toe te schrijven aan de directeur. Ook van vermeende 'dominante' leiderschapsstijl is de rechter niet overtuigd. Wessanen kan volgens de rechter niet onderbouwen hoe Veenhofs gedrag zou hebben geleid tot het vertrek van de financieel directeur en andere negatieve ontwikkelingen in de top van het bedrijf.