AMSTERDAM - Emile Aarts staat aan het hoofd van de onderzoeksafdeling van Philips en is één van de grondleggers van het begrip 'Ambient Intelligence', waarbij techniek reageert op de aanwezigheid van mensen en hun leven onopvallend makkelijker maakt. “Ontwikkelaars stelden zich eerst onvoldoende als luisteraar op.”

Door Idealize, online platform over innovatie

Aarts is inmiddels meer dan vijfentwintig jaar werkzaam bij Philips Research: na het behalen van een doctoraal Wiskunde en Natuurkunde in Groningen klom hij van ‘Research Scientist’ op tot de toppositie binnen Philips Research. Zijn specialiteit: Informatie en Communicatie Technologie (ICT). Binnen deze expertise groeide Aarts uit tot één van de grondleggers en voorvechters van Ambient Intelligence (AmI), een visie van een wereld waarin computertechnologie ons thuis en onderweg zoveel mogelijk assisteert.

Geboorte
“Ik mag zeggen dat ik betrokken was bij de geboorte van AmI”, blikt Aarts terug in een interview met Idealize. “Bij Philips wilden we eind jaren negentig een nieuwe richting inslaan. Doel was om de grootschalige mogelijkheden van ICT te vertalen naar de huiskamer, en hieruit ontstond de visie van Ambient Intelligence.” Op basis van deze visie startte Philips, samen met ISTAG, een groep van adviseurs van de Europese Commissie, een discussie over de programmering van het Europese ICT-onderzoek. Aarts had snel door dat er een grote potentie in het concept van Philips zat en schreef er als één van de eersten, samen met Stefano Marzano, CEO van Philips Design, een uitgebreid boek over.

De gebruiker centraal?
Ondanks dat AmI in theorie de behoeften van de gebruiker centraal zou stellen, waren de eerste denkbeelden toch nogal op een technologisch perspectief gebaseerd: het huis van de toekomst zou propvol met elektronica zitten, onzichtbaar weggewerkt in muren, plafonds en onderling verbonden door sensornetwerken. Weliswaar sprong de technologie daarmee niet hinderlijk in het oog, maar tegelijkertijd zou het wel erg veel taken van ons overnemen. Naast nuttige dingen als gepersonaliseerde tv en automatische lichtschakeling, zou het zelfs automatisch onze koelkast- en aanrechtdeuren openen, als we aan komen lopen. Werden we zo niet erg lui en willen we dat wel echt?

‘Big brother is watching you’
Aarts: “De kunst is dat je de alfa- en bèta-wetenschap op de juiste wijze combineert. Je moet het beste van beide werelden verenigen. Dat realiseerden ontwikkelaars zich in eerste instantie niet voldoende.” Hij noemt een voorbeeld van een toepassing waar het alfa-element, en dus de gebruiker, erg onderbelicht werd. “Benetton is de fout ingegaan bij de introductie van getagde kleding. Die kleding was bedoeld om de distributie logistiek beter te managen, maar mensen vroegen zich af of Benetton hen aan de hand van die tags kon volgen. Een soort van ‘Big Brother is watching you-gevoel’. Het bedrijf werd publiekelijk aan de schandpaal genageld.”

Luisteraar, geen woordvoerder
Aan de andere kant weet Aarts als geen ander dat nieuwe technologie nu eenmaal eerst weerstand oproept bij een groep mensen. “Vijftien jaar geleden was het ondenkbaar dat mensen camera’s in de publieke ruimte zouden tolereren. Nu voelt men zich er juist veiliger door. En kijk naar de manier waarop we nu geld beheren en betalen, online en via de mobiel. Ooit deden we dat nog in een oude sok.”

Volgens de 'Chief Scientific Officer' kun je als technologiebedrijf wel een bijdrage leveren aan het publieke debat door te onderzoeken en te bespreken wat de behoeften van mensen zijn:“Het is belangrijk dat je jezelf als luisteraar opstelt, in plaats van als woordvoerder.”

Ambient Experience
Inmiddels vindt Aarts dat AmI-voorloper Philips diverse AmI-producten met potentie heeft ontwikkeld. “Zie wat ambient intelligence betekent in ziekenhuizen.” Daarmee doelt hij op ‘Ambient Experience’: Philips’ visie op onze toekomstige gezondheidszorg, waarin alles erop gericht is patiënten zich comfortabel en vertrouwd te laten voelen tijdens hun ziekenhuisverblijf: AmI als psychologische ondersteuning bij situaties die veel stress oproepen bij patiënten, zoals het geval is bij jonge kankerpatientjes die onderzocht moeten worden met grote scanners.

AmI bij Philips: veel lichtproducten
De Wake-up Light is, naast Ambilight (achtergrondlicht bij je tv) en Bright Light één van de vele lichtproducten in het Ambient Intelligence-spectrum van Philips. Het concern speelt daarmee in op het feit dat licht een fysiek effect op ons heeft. Aarts: “De Wake-up Light en de Bright Light helpen veel mensen die jaarlijks worstelen met het wisselende aantal zonuren. Dat kan je moe, lusteloos en zelfs depressief maken. Lange tijd werd gedacht dat een herfstdepressie puur een psychische kwestie was.”

Psyche en gezondheid
De lichtproducten van Philips laten zien dat Ambient Intelligence nu dus veel meer om psyche en gezondheid gaat. Dat zie je ook terug in de wijze waarop grote innovatieve bedrijven naar ‘smart houses’ kijken: als je kerngezond bent, heb je veel minder behoefte aan een huis dat als een soort van regelneef alles uit handen neemt. Aarts: “Je ziet nu bijvoorbeeld bij Philips dat we het traditionele idee van een smart house eerder toepassen op hulpbehoevenden, zodat ze zelfredzaam blijven.”

Hij doelt daarmee onder meer op ouderen die in aanleunwoningen wonen: sensortechnologie kan bijvoorbeeld registreren of een bewoner is gevallen, of dat deze bijvoorbeeld langer op de bank zit dan gezond is.

Imagoprobleem ICT
Toch toont Aarts op het eind van het interview zijn ongenoegen over het feit dat ICT een imagoprobleem heeft ondanks alle mooi beloftes van Ambient Intelligence. “Automatisering komt alleen in het landelijke nieuws wanneer systemen falen, zoals bijvoorbeeld bij de NS. Wat dat betreft wordt er over het item ongelofelijk slecht verslag gedaan.

De positieve rol van ICT is ook onderbelicht gebleven toen Obama de presidentsverkiezingen won. Door nu juist de positieve kant van ICT zichtbaar te maken in de pers kunnen we de toegevoegde waarde duidelijk maken en daarmee het imagoprobleem aanpakken.”