Door de crisis heeft de economische wetenschap een flinke deuk opgelopen.

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor

Economen zijn decennia lang geïndoctrineerd met het idee dat economische beslissingen volledig rationeel worden genomen. Homo economicus handelt als een goed werkende computer die alle informatie weegt en verwerkt om tot een transactie te komen.

In de financiële economie heeft deze visie geleid tot de formulering van de efficiënte markt hypothese (EMH) die stelt dat marktkoersen van financiële activa zoals aandelen en obligaties altijd een juiste afspiegeling zijn van alle relevante informatie. De koersen zijn dus volledig betrouwbare indicatoren van de fundamentele waarde van de onderliggende activa.

Als er toch marktpartijen zouden zijn die transacties doen op basis van emoties (homo hystericus), dan zullen hun dwalingen snel gecorrigeerd worden door de overgrote meerderheid van rationeel handelende partijen die snel gebruikmaakt van koersen die afwijken van hun fundamentele waarde.

Gedragswetenschap
De meerderheid van de economen, die er heilig van overtuigd was dat de vrije markt efficiënt functioneerde, heeft in eerste instantie de crisis gebagatelliseerd om vervolgens op een trage en onsamenhangende manier met maatregelen te komen om die de crisis te bestrijden. Daardoor zijn de ongenuanceerde aanhangers van de vrije markt, de neo-klassieke economen, door de mand gevallen.

In hun drang om natuurkundigen te evenaren met mathematisch elegante modellen zijn zij uit het oog verloren dat economie een gedrags- in plaats van een natuurwetenschap is. Schoorvoetend wordt erkend dat de behavioral economen, die duidelijk erkennen dat psychologische factoren zoals angst en hebzucht alsmede institutionele factoren zoals politiek en regelgeving een belangrijke rol spelen in de economie, meer bruikbare inzichten verschaffen.

Behavioral economen gebruiken resultaten uit de experimentele psychologie om te verklaren waarom op financiële markten regelmatig langere periode van overoptimisme (bubbels) voorkomen die onvermijdelijk uitmonden ini perioden van overpessimisme (crises). Zij zijn sceptisch over de zelfregulerende werking van de vrije markt en erkennen dat toezicht en regelgeving nodig is om schadelijke excessen te voorkomen.

Nieuwe orde
Wat zijn maatregelen die genomen kunnen worden om de frequentie van ernstige crises zo laag mogelijk te maken? Allereerst, organiseer goed toezicht op de financiële markten. "Goed" betekent vooral dat de toezichthouder goed geïnformeerd is en niet op een achterstand staat ten opzichte van de marktpartijen die gecontroleerd moeten worden.

Tevens is het van belang dat toezicht internationaal gecoördineerd wordt, aangezien marktpartijen grensoverschrijdend opereren. Ten tweede dient de centrale bank beleid te formuleren om op tijd in te kunnen grijpen als er tekenen zijn van een zich ontwikkelende zeepbel.

Bestrijden
Tot op heden hebben centrale banken zich toegelegd op het bestrijden in plaats van het voorkomen van brandhaarden. Tot slot moeten economen zich er meer in verdiepen hoe zij kunnen voorkomen dat marktpartijen zich onverantwoordelijk gedragen, doordat het neerwaartse risico op anderen wordt afgewenteld terwijl het opwaarts potentieel voor henzelf is.

Bij de formulering van beleid moet helaas rekening gehouden worden met het feit dat veel markpartijen berekenend omgaan met de mogelijkheden die voor hen het beste zijn.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor