Er wordt weleens gezegd dat wij Nederlanders zo direct zijn. Met name in de ogen van buitenlanders. Maar hoe open en direct zijn we eigenlijk?

Door Lenneke van Keulen | ASI Consulting

Ligt het niet gewoon aan onze taal en aan onze grote bek? Of zijn we gewoon slecht gemanierd? We doen allemaal heel stoer, roepen van alles, maar als het echt dichtbij komt, blijft daar weinig van over. We praten liever over elkaar dan met elkaar.

Iedereen die wel eens naar een communicatie-achtige training is geweest, weet dat het hoogtepunt is om te oefenen met feedback geven: het slechtnieuws gesprek, het gesprek waarin je aangeeft dat iemand over je grens heen is gegaan, het gesprek waarin je je baas vertelt welke werkzaamheden je niet meer wilt doen. Kennelijk heeft iedereen hier moeite mee.
Waar zijn we nou precies zo bang voor?

Zou het het volgende kunnen zijn?
• Angst om de ander te kwetsen
• Angst voor de reactie van de ander: misschien krijg ik vroeg of laat een klap terug
• Angst voor het beeld dat over ontstaat als we dit gesprek aangaan: wat vindt die ander van mij na dit gesprek?

En vervolgens is een smoes om het gesprek niet aan te gaan gemakkelijk gevonden:
• Misschien heb ik het niet goed gezien
• Is het wel zo belangrijk op dit moment?
• Waarom zou ik degene zijn die dit zegt?

Toch, ook als we het niet aangaan, zit het ons dwars. Velen van ons verwerken zaken die ze dwarszitten door erover te praten. Maar als je erover praat, maar niet met degene om wie het gaat, ben je zomaar aan het roddelen. Je praat over elkaar in plaats van met elkaar.

En dit is funest voor elke organisatie. In onze wens om de harmonie te bewaren, strooien we zand in de machine. Er wordt gekletst bij de koffie-automaat, een gesprek verstomt als degene over wie het ging binnenkomt, en opgelost wordt er niets.

Conflicten blijven lang sluimeren en er wordt geprobeerd door hints duidelijk te maken dat er iets aan de hand is. Als dit niet wordt opgepakt, ligt frustratie op de loer. Wat begon als een kleine ergernis, kan verworden tot een tijdbom. Ook degene aan wie de boodschap gericht is, voelt waarschijnlijk wel dat er iets is, maar moet gissen naar wat er aan de hand is.

Deze dans om de hete brei kan in sommige gevallen eindeloos worden volgehouden, maar leidt vrijwel nooit tot een constructieve oplossing. Collega’s die niet goed functioneren worden “rondgeschoven” in de organisatie in plaats van dat er met hen een exit-traject wordt aangegaan.

Wat kun je anders doen?
• Ga het gesprek zo snel mogelijk aan
• Bereid het goed voor: wat is het doel van het gesprek, wat zijn de feiten, wat is het effect?
• Scheid feiten en gevoel heel goed in de voorbereiding en benoem ze allebei.
• Vertel je boodschap in één keer helemaal: dit is er aan de hand, dit wil ik en dit wil ik niet, of dit gaan we eraan doen. Draai er niet omheen, prent desnoods vooraf je openingszin in, waarin je in één zin tot de kern komt.
• Sta open voor de eventueel heftige reactie: heb er begrip voor dat het misschien niet leuk is om te horen, dat het schrikken is of dat de ander even niet weet wat die moet zeggen. Maar trek alsjeblieft je boodschap niet in!
• Wees je ervan bewust dat een heftige reactie in de meeste gevallen niets zegt over jou, maar dat de ander die pittige boodschap liever niet zomaar laat binnenkomen, of gewoon even tijd nodig heeft om de boodschap te laten landen.

Als je goede manieren weet te combineren met een directe wijze van aanspreken, kom je in de meeste gevallen een stuk dichter bij je doel.

Lenneke van Keulen is consultant bij ASI Consulting