DEN HAAG - Een vergoeding die de werkgever aan een werknemer moet betalen bij 'kennelijk onredelijk ontslag' kan niet op basis van de algemene kantonrechtersformule.

Zo'n procedure heeft een ander karakter dan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst waarin de werknemer een schadevergoeding naar billijkheid krijgt op basis van de kantonrechtersformule. Een berekening die uitgaat van het aantal gewerkte jaren en de leeftijd van de werknemer.

Dat heeft de Hoge Raad vrijdag bepaald. De hoogste rechter vernietigde daarmee een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag van 2 december vorig jaar.

Schadevergoeding
Het hof oordeelde dat bij een ontslag waarvoor toestemming van het CWI is verkregen ook recht is op schadevergoeding volgens de kantonrechtersformule. Daarbij oordeelde het rechtscollege dat als de werknemer geen vergoeding krijgt het ontslag kennelijk onredelijk is.

Volgens de wet is daarvan sprake als het nadeel van de werknemer onevenredig groot is.

Deze redenering gaat echter niet op, zegt de Hoge Raad. Of een ontslag kennelijk onredelijk is, hangt ''altijd van de omstandigheden af''. De vergoeding voor de werknemer is in zo'n geval gebaseerd op geleden schade.

De rechter moet eerst vaststellen of sprake is van kennelijk onredelijk ontslag, waarna de schade moet worden begroot. ''Daarbij past een algemene kantonrechtersformule niet.''