DEN HAAG - Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat pensioenfondsen de verwachtingen over opbrengsten van hun beleggingen moeten verlagen.

Dit moet volgens CDA, PvdA en VVD wel geleidelijk om te voorkomen dat werkgevers en werknemers in één klap tot wel 20 procent meer premie moeten betalen.

Ook wijzen ze erop dat fondsen voorlopig nog druk zijn met herstelplannen om hun geslonken buffers door de economische crisis weg te werken.

Dat bleek woensdag na afloop van een gesprek tussen de Kamer en voormalig directeur Henk Don van het Centraal Planbureau (CPB).

Don is de voorzitter van de zogeheten commissie Parameters. Deze adviseerde in september aan minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) de maximale rendementen op beleggingen in aandelen, waarmee pensioenfondsen mogen rekenen, te verlagen.

Onderzoek
Donner zei toen eerst de tijd te willen nemen voor nader onderzoek en voorlopig de regels ongemoeid te laten. Vooral omdat de commissie verdeeld is over de mate van afwaardering.

Het CPB en De Nederlandsche Bank (DNB) vinden dat de verwachtingen meer getemperd moeten worden dan nodig is volgens de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, die de hogere premies moeten betalen.

Pessimistisch
Werkgevers en vakbonden verwijten CPB en DNB te pessimistisch te zijn. Zij noemen de opstelling van de instituten "een ernstige bedreiging voor het huidige pensioenstelsel".

Terwijl het CPB en DNB stellen dat hoge rendementen uit het verleden geen garanties bieden voor de toekomst, omdat ze veroorzaakt zouden zijn door meevallers in technologische en financiële ontwikkelingen.

Debat
De Kamer heeft volgende week hierover met Donner een debat. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt betreurt de verdeeldheid. "Nu moet de politiek de knoop doorhakken."

Zijn coalitiegenoot Patricia Linhard van de PvdA wees erop dat er nog onderzoeken lopen naar het pensioenstelsel en wil die net als de minister afwachten. Hij hoopt halverwege volgend jaar meer duidelijkheid te hebben voor de jaren na 2010.

Rekenmeesters
VVD'er Stef Blok in de oppositie zei dat het standpunt van "de onafhankelijke rekenmeesters" van CPB en DNB gevolgd moet worden.

Volgens Blok kan vervolgens met werkgevers en vakbonden die belanghebbenden zijn, gesproken worden over de manier waarop de aanpassingen worden doorgevoerd.