Massawerkloosheid

Hoe kan de oplopende werkloosheid het beste bestreden worden?

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor

De werkloosheid in vrijwel alle Westerse landen loopt op. In de VS en de EU is inmiddels de record stand van 10 procent bereikt. Er lijkt geen einde te komen aan bezuinigingsmaatregelen die ondernemingen treffen in reactie op de gedaalde vraag. In een bezuiningsronde wordt vaak afscheid genomen van 5 procent of meer van het personeelsbestand van grote werkgevers.

Gedwongen ontslagen zijn dan onvermijdelijk. Soms wordt het personeel de keuze voorgelegd van (collectief) forse salarisverlaging of ontslag. Een recent voorbeeld is het voorstel dat het personeel van TNT is voorgelegd.

Overheid
De overheid probeert met maatregelen de stijgende werkloosheid te bestrijden. Subsidies voor arbeidstijdverkorting worden vooral ingezet in Europa. Daarnaast worden specifieke bedrijfstakken zoals bijvoorbeeld de auto-industrie geholpen door de inruil van oude auto voor nieuwe zuinige modellen financieel te ondersteunen.

Ook de VS kent een "cash for clunkers" programma. Amerikanen krijgen ook subsidie als ze overgaan tot het kopen van een huis. De vraag is of het tijdelijk steunen van de vraag eigenlijk wel banen oplevert of dat het uitstel van executie betreft.

In bijvoorbeeld de auto-industrie en de huizenbouw van veel landen was er voor de start van de huidige crisis sprake van chronische overcapaciteit. De banen die de overheid in die sectoren tracht te redden moesten eigenlijk al eerder verdwijnen. Wat zijn dan wel effectieve maatregelen die de overheid kan treffen om de werkloosheid duurzaam te bestrijden?

MKB
Onderzoek na onderzoek toont aan dat de werkgelegenheid vrijwel exclusief geschapen wordt door het midden- en kleinbedrijf (MKB). Het zijn vooral de innovatieve, snelgroeiende bedrijven die duurzaam nieuwe arbeidsplaatsen scheppen.

Basismaatregelen die overheid dient te nemen om de kennisintensieve bedrijven te ondersteunen is het waarborgen van kwalitatief hoogwaardig (exact) onderwijs en het minimaliseren van bureaucratie die remmend werkt bij de oprichting en het runnen van deze bedrijven. Stimuleren van ondernemerschap kan in veel Europese onderwijsinstellingen zeker een paar tandjes beter.

Venture capital
Een essentieel ingrediënt voor de groei van kennisintensieve bedrijven is de beschikbaarheid van risicodragend vermogen. Jonge ondernemingen kunnen vaak niet lenen omdat hun activa ademt en op twee benen loopt en dus niet als onderpand kan dienen voor een lening.

Ook gaat er in de groeifase per saldo meer geld in dan uit de onderneming. Er is sprake van een zogeheten cash burn rate. Vooral in Europa is venture capital relatief schaars. Hier leggen participatiemaatschappijen zich vooral toe op het doen van Leveraged Buyouts waarbij door middel van financial engineering rendement geperst wordt uit bestaande bedrijven uit bijvoorbeeld de retail sector (Maxeda), afvalverwerking (AVR) of industrie (Wavin).

Overheid
In diverse landen is de overheid tussenbeide gekomen door publiek geld beschikbaar te stellen voor venture capitalactiviteiten. Vaak gaat dat niet goed. De rendementen vallen in de praktijk veel lager uit dan in redelijkheid verwacht kon worden.

Er zijn diverse redenen voor de tegenvallers. In sommige gevallen wil de overheid de ontwikkeling van een bepaalde bedrijfstak stimuleren terwijl er onvoldoende mensen voorhanden zijn met de nodige specifieke kennis en ervaring.

Om bijvoorbeeld biotech van de grond te krijgen is het eerst nodig dat er voldoende specialisten opgeleid zijn die zich van nature in een bepaald gebied willen vestigen. Veel Amerikaanse biotech bedrijven zijn gevestigd rond route 128 omdat het in de buurt ligt van topuniversiteiten op het gebied van Life Sciences. Een ander voorbeeld is Silicon Valley en de universiteit van Stanford in California.

Buitenlands
Een andere valkuil waar de overheid bij de inrichting van venture capital vaak intrapt, is dat buitenlandse venture capitalists buiten de deur gehouden worden. Het is veel verstandiger om hen ook toegang te geven tot het geld omdat lokale investeerders veel van hen kunnen leren. Als private investeerders meedingen is het altijd aanwezige risico dat publieke middelen gebruikt worden om (indirect) stemmen te werven ook aanmerkelijk lager.

Een rolmodel is de inrichting van het venture capital fund dat de overheid van Israël in 1992 met 100 miljoen dollar gestart is. Zowel binnenlandse als buitenlandse venture capitalist hebben een fors deel van hun investeringen in lokale bedrijven kunnen bekostigen.

Inmiddels is er meer venture capital geïnvesteerd in Israëlische bedrijven dan in de grote Europese economieën. Het succes is niet uitgebleven: er zijn per hoofd van de bevolking meer winstgevende kennisintensieve bedrijven in Israël gevestigd dan waar dan ook ter wereld.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor

Tip de redactie