AMSTERDAM - De Belastingdienst mag voortaan niet meer drie maanden heffingsrente rekenen als een aanslag moet worden betaald. Dat heeft de Hoge Raad bepaald op 25 september.

In deze zaak had een belastingplichtige op 30 juni 2004 aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2003 gedaan. De inspecteur legde meer dan drie maanden daarna, met dagtekening 15 april 2005, een definitieve aanslag inkomstenbelasting op. Daarbij berekende de inspecteur heffingsrente over de periode van 1 januari 2004 tot en met 15 april 2005.

De belastingplichtige maakte daartegen bezwaar en stelde dat wanneer er drie maanden na het indienen van een aangifte nog geen (voorlopige) aanslag is opgelegd, vanaf dat moment geen heffingsrente meer in rekening mag worden gebracht.
­
Uitspraak
Na in eerste instantie ongelijk te hebben gekregen bij zowel de rechtbank als het hof Arnhem, stelde de Hoge Raad de belastingplichtige in het gelijk op basis van het zorgvuldigheidsbeginsel.
­
Deze uitspraak geldt voor alle aanslagen die de fiscus heeft opgelegd vanaf 25 september 2009 en alle aanslagen waartegen op die datum nog bezwaar kon worden gemaakt.
­
Terugbetaling
Te veel betaalde heffingsrente wordt door de fiscus automatisch terugbetaald, er hoeft dus geen bezwaar te worden gemaakt. De aanslag, inclusief de heffingsrente, moet overigens wel op tijd worden betaald.

De Belastingdienst gaat onderzoeken hoe deze aanslagen precies herrekend gaan worden.