Vereenvoudigen is moeilijk

Uit de wijzigingen in het wetsvoorstel voor de nieuwe werkkostenregeling blijkt dat het verminderen van de administratieve lasten van de loonheffingen in korte tijd niet goed mogelijk is.

Door Eric Dankaart – PricewaterhouseCoopers

De staatssecretaris van Financiën heeft vorige week in het wetsvoorstel voor de behandeling voor de loonheffingen van vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers belangrijke wijzigingen aangebracht. In plaats van een verplicht nieuw regime vanaf 1 januari 2011 krijgen werkgevers gedurende drie jaar de mogelijkheid om te kiezen voor het bestaande stelsel of voor de nieuwe werkkostenregeling. Daarnaast zijn er de nodige inhoudelijke wijzigingen.

Meer tijd
Het is goed dat de staatssecretaris heeft geluisterd naar de commentaren op zijn wetsvoorstel. Tegelijkertijd is het wel opvallend dat niet al bij het aanvankelijke wetsvoorstel was geconcludeerd dat de verplichte invoering van de werkkostenregeling voor alle werkgevers vanaf 2011 niet haalbaar zou zijn. Bekend was immers dat het nieuwe werkkostenregime voor verschillende werkgevers financieel verschillend kan uitpakken.

Voor de werkgevers die onder het nieuwe werkkostenregime hogere kosten krijgen, geldt dat zij de tijd moeten hebben om de noodzakelijke aanpassingen in de personeelsregelingen aan te brengen. Een traject van ruim vijftien maanden lijkt dan lang, maar is dat in de praktijk niet. Zeker niet als bedacht wordt dat sommige aanpassingen alleen gerealiseerd kunnen worden door cao’s aan te passen.

Inhoud
Als het over de inhoud van de regeling gaat, is de meest in het oog springende wijziging die van het aanvankelijke voorgestelde percentage van anderhalf procent van de fiscale loonsom naar 1,4 procent. Ook ten aanzien van de ‘gerichte vrijstellingen’ geldt dat er nogal wat toegevoegd is.

Over de vraag of de voorgestelde werkkostenregeling daadwerkelijk administratieve lastenverlichting gaat brengen, wordt heel verschillend gedacht. Ook wordt verschillend gedacht over de vraag of de werkkostenregeling per saldo leidt tot hogere kosten voor werkgevers.

Effecten
De staatssecretaris ontkent dat de regeling leidt tot hogere loonheffingen en stelt dat er sprake is van aanzienlijke lastenverlichting voor werkgevers en beperking van de uitvoeringskosten voor de Belastingdienst. Hij beroept zich hierbij op een lijvig rapport. Bij dit rapport is echter geen rekening gehouden met het nu voorgestelde keuzeregime. De vraag die opkomt, is dan ook wat de effecten van het keuzeregime op deze cijfers zijn.

Daarnaast is het voor iedere individuele werkgever natuurlijk de vraag of de macro becijferde administratieve lastenverlichting ook uiteindelijk voor de betreffende werkgever leidt tot lagere uitvoeringslasten.

De komende parlementaire behandeling zal leren hoe kritisch er vanuit de Kamer (nog) wordt gereageerd op het wetsvoorstel. Het punt daarbij is dat de het erop lijkt dat door middel van het keuzeregime de angel uit het wetsvoorstel is gehaald, terwijl de principiële discussie is of het wetsvoorstel daadwerkelijk zal leiden tot vermindering van administratieve lasten bij werkgevers en niet tot kostenverhoging bij (veel) werkgevers. Alleen door inventarisatie van de effecten bij veel werkgevers zal het mogelijk zijn om hierover een zinvolle discussie te voeren.

Eric Dankaart is partner bij PricewaterhouseCoopers en als loonheffingenexpert werkzaam binnen de afdeling Human Resource Services.

Tip de redactie