DEN HAAG - De rol van Nederland in de beeldende kunst is momenteel niet groter dan die van Iran. Het land van Rembrandt staat nog maar net in de mondiale top twintig.

De beeldende kunst bloeit vooral in nieuwe opkomende economieën, stelt Ernst Bos in de vrijdag verschenen editie van het economenblad ESB.

Van de top 500 van bestverkopende kunstenaars zijn er maar drie van Nederlandse afkomst: Michael Raedecker, Ruud van Empel en Rineke Dijkstra. Op het lijstje van vorige eeuw waren dat er negen.

Wereldtop
Door de successen uit de zeventiende eeuw, toen economie en schilderkunst hoogtij vierden, behoort Nederland nog steeds tot de wereldtop als het om voortgebrachte kunstenaars gaat.

Destijds trok Nederland veel kunstenaars aan, net als Toscane in de renaissance en Frankrijk rond 1900.

China
Kunstenaars uit China domineren met een aandeel van 34 procent de wereldtop in de verkoop, heeft kwantitatief econoom Bos, verbonden aan de Wageningen Universiteit, becijferd. Ook andere Aziatische landen, zoals India en Indonesië komen op.

Uit een inventarisatie van kunsthistorici en op grond van verkoopgegevens maakt Bos op dat globale centra van economische groei ook vruchtbaar zijn voor beeldende kunstenaars.

Wat verkoop van hedendaagse kunstenaars betreft, deelt Nederland nu de negentiende plaats op de wereldranglijst met Iran, Zuid-Afrika, Brazilië, Oostenrijk, Ierland en Denemarken.

Koolhaas
Dat Nederland in verschillende sectoren van de kunst (architect Rem Koolhaas, fotograaf Anton Corbijn en het Concertgebouworkest) mondiaal uitblinkt, ziet Bos als opzichzelfstaande, individuele successen.

Zij tonen aan dat Nederland nog wel degelijk artistiek talent van hoog niveau voortbrengt, aldus Bos.